Zeearend, foto Pixabay

Nieuws

Natuurbeleving in attractiepark

Gepubliceerd op
15 maart 2016

Beleef de Oostvaardersplassen door de ogen van een zeearend. Het zou zo maar kunnen, als de plannen voor belevingsparken in natuurgebieden uitgewerkt worden. De plannen zijn het resultaat van een verkenning voor nieuwe verdienmodellen voor natuurgebieden.

De grote natuurgebieden in Nederland zoals de Veluwe, Wadden en het Limburgse Heuvelland trekken jaarlijks vele bezoekers. Een deel van hen komt er voor het eerst. Ze zijn geïnspireerd door verhalen in de media. Zo groeide de belangstelling voor de Oostvaardersplassen na de film 'de nieuwe Wildernis'. Maar voor een deel van die nieuwe bezoekers valt het bezoek tegen.

Verdienmodellen

De traditionele aanpak voor toegang en publieksinformatie sluit niet aan bij hun verwachtingen. Er is te weinig beleving. In opdracht van Innovatie Agro en Natuur verkenden twee onderzoeksbureaus in het project 'Naar de wildernis' de mogelijkheden van natuurthemaparken. De parken bieden een mogelijkheid voor nieuwe verdienmodellen voor de Nederlandse natuur. De verkenning 'Naar de wildernis' verscheen in januari 2016.

Zeearend

In de natuurthemaparken wordt natuurbeleving op een eigentijdse wijze geïntensiveerd. Zo kun je als bezoeker in een interactieve 'ride' zich vogel, vis of hert wanen en het park verkennen. Als zeearend zou je de Oostvaarderplassen kunnen verkennen, als bever de Biesbosch of als zeehond kun je de Wadden verkennen.

1 miljoen

Doel van de verkenning was een haalbaar concept te ontwikkelen dat goed is voor natuur en economie. Omdat de natuurparken bijdragen aan bewustwording is het goed voor natuur. Bovendien kan een themapark veel extra inkomsten genereren. Zo schatten de onderzoekers dat elk park gemiddeld zo'n 350.000 bezoekers per jaar kan trekken. Dat is vergelijkbaar met het spoorwegmuseum of Neeltje Jans. Elk park kan zo een resultaat van ongeveer € 1 miljoen genereren. Het idee wordt komende maanden besproken met diverse geïnteresseerde organisaties, zo is te lezen in het rapport.

(Bron foto: Pixabay)