grasland, foto Thinkstock

Nieuws

Natuurherstel in de bodem

Gepubliceerd op
28 april 2016

De voedingssamenstelling in de bodem en het bodemleven speelt een belangrijke rol bij het behoud van soortenrijke graslanden. Het onderzoeksprogramma Biodiversteit Werkt keek naar manieren om dat bodemleven te beinvloeden.

Natuurherstel, meestal bedoeld om bestaande natuurgebieden te vergroten, vindt vaak plaats op voormalige landbouwgronden. Die gronden, vaak zandgronden, hebben een hoog gehalte aan voedingsstoffen: stikstof en fosfaat. Het bodemleven is er niet goed ontwikkeld, er zijn weinig regenwormen bijvoorbeeld. In het Onderzoeksprogramma Biodiversiteit Werkt (OBW) is in een aantal projecten gekeken hoe je die bodemeigenschappen kunt beïnvloeden zodat natuurherstel zich kan versnellen. Het themanummer Landschap NWO-programma Biodiversiteit doet in vijf artikelen verslag van verschillende onderzoeksprojecten gericht op de bodem.

Grondtransplantatie

Nadat landbouwgrond uit de roulatie is genomen, moet het bodemleven zich herstellen. Dat herstelproces is een proces van lange adem. Het duurt decennia voordat belangrijke bodembewonende schimmels zich weer hersteld hebben, zo is te lezen in het artikel 'Natuurherstel door grondtransplantatie'. Die schimmels spelen een sleutelrol in de bodemgemeenschap; zij zijn het best in staat plantenstrooisel af te breken. Daarom keken onderzoekers of je grond kunt transplanteren. Helpt dat bij herstel van het bodemleven en dan met name bij het herstel van de schimmelpopulatie? In een praktijkproef bleek dat grondtransplantatie leidt tot meer microbiële biomassa en een sterke toename van mycorrhizaschimmels.

Regenwormen

In een ander project richtten onderzoekers zich specifiek op regenwormen. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de omzetting van bodemorganische stof en nutriënten en zorgen voor een goede bodemstructuur. In het artikel 'Aandacht voor de regenworm' wordt beschreven dat je drie typen regenwormen kunt onderscheiden: epigene (strooiseleters), endogene (grondeters) en anecische regenwormen (pendelaars). De strooiseleters spelen een sleutelrol bij de vertering van gewasresten, de grondeters zorgen voor een kruimelige bodemstructuur en de pendelaars vormen permanente verticale gangen in de grond. De endogene regenwormen, de grondeters, zijn oververtegenwoordigd in gangbaar beheerde akkers. Wil je de andere twee groepen stimuleren, dan moet je de grond minder intensief bewerken.

Meststoffen

In andere artikelen wordt dieper ingegaan op de relatie tussen mineralen, bodemorganismen en biodiversiteit. Zo is niet alleen de mineralenrijkdom van belang, maar ook de verhouding tussen stikstof en fosfaat. Naarmate de hoeveelheid fosfaat beperkend is, zie je meer plantensoorten in een grasland, zo blijkt uit het artikel 'N:P-ratio en diversiteit in soortenrijke graslanden'.

In het artikel 'Organische mestkwaliteit beïnvloedt bodemmicroben en bodemfuncties' is te lezen dat toevoeging van organisch materiaal aan een kunstmestbemesting het bodemleven positief beïnvloedt. Het bodemleven breekt het organisch materiaal af en legt zo stikstof vast in organische stof. Zo voorkom je uitspoeling van stikstof. Bovendien heeft het een positief effect op de bodemstructuur en de diversiteit van het bodemleven.

(Bron foto: Thinkstock)