kastanjeziekte, bron WUR PPO

Nieuws

Ontbrekende aanpak kastanjebloedingsziekte

Gepubliceerd op
22 september 2016

Het ontbreekt in Nederland aan centrale coördinatie om de kastanjebloedingsziekte effectief te bestrijden, vindt onderzoeker Fons van Kuik. Boombeheerders staan machteloos.

Ongeveer een derde van de Nederlandse kastanjes is geïnfecteerd met de ziekteveroorzakende bacterie Pseudomonas syringae. Mogelijk zijn het nog meer bomen die de kastanjebloedingsziekte hebben, denk onderzoeker Fons van Kuik in het artikel 'Boombeheerders staan machteloos tegenover kastanjebloedingsziekte' in vakblad Boomzorg. Zijn probleem is dat er geen landelijke cijfers zijn. De overheid heeft geen centrale rol in de bestrijding van de kastanjeziekte waardoor er geen gestructureerde aanpak van deze ziekte is.

Bestrijding

De kastanjebloedingsziekte werd voor het eerst in 2002 aangetroffen in Nederland. Na een paar jaar was duidelijk dat een bacterie de veroorzaker is van deze ziekte waardoor baststerfte optreedt en die soms leidt tot sterfte van de boom. Een goede bestrijdingsmethode is er nog niet.

Het vakblad noemt in het artikel wel diverse middelen en methoden zoals het middel Allicin dat een stof bevat die in knoflook voorkomt. Je kunt bomen injecteren met dat knoflookpreparaat, maar de meningen zijn verdeeld over de werking. Een andere methode is warmtebehandeling. Door de stam van de boom 48 uur op een temperatuur van 39° C te houden, verdwijnt de bacterie. Die methode wordt met wisselend succes toegepast. En bij het beheer van bomen kun je werken aan de vitaliteit waardoor de weerstand van de bomen verbeterd wordt. Sommige beheerders pleiten ervoor aandacht te schenken aan de verschillen in tolerantie van de kastanjesoorten.

Verdeeldheid

Van Kuik constateert dat er veel verdeeldheid is. 'Iedereen is op z’n eigen houtje bezig met het zoeken naar oplossingen. Daarbij wordt bij mij soms de indruk gewekt dat iedereen bezig is het wiel opnieuw uit te vinden.' Hij vindt het jammer dat er geen centrale aanpak is.

(Bron foto: WUR PPO)