tomaat, foto pixabay

Nieuws

Optimale spuittechnieken in de glastuinbouw

Gepubliceerd op
5 mei 2016

De glastuinbouw streeft naar een verduurzaming van de teelt, met meer gerichte en precieze toediening van gewasbeschermingsmiddelen. Je zult daarvoor de juiste spuittechnieken moeten inzetten. Er zijn verschillende mogelijkheden.

De meest gebruikte techniek om gewasbeschermingsmiddelen toe te dienen is spuiten. Je kunt dat handmatig doen, maar je kunt ook robots gebruiken. Die werken soms wat preciezer. En voor een goed effect is een ruimtebehandeling soms een betere keuze. Je kunt foggen of werken met de Low Volume Misting (LVM)-technniek. Vakblad Onder Glas zet de verschillende technieken op een rij in het artikel 'Optimaal toedienen gewasbescherming verschilt per gewas, plaag en oppervlak'.

Spuiten

Met spuittechnieken kun je het gewas goed raken, maar een nadeel is dat je veel water gebruikt. Het gewas blijft zo lang nat. Je kunt handmatig spuiten, waardoor je gericht kunt spuiten, maar de verdeling van het middel kan erg ongelijk zijn. Bovendien is het arbeidsintensief. Wanneer je met een spuitrobot werkt, verspreid je het middel veel gelijkmatiger.

Luchtondersteuning

Wil je dat het middel goed doordringt in het gewas, dat je alle bladeren raakt, dan is het raadzaam te werken met luchtondersteuning. Zo kun je zorgen dat wel 95% van het blad bedekt wordt. Bij gewone spuittechnieken haal je misschien 60 - 70%. Zorg wel dat je met goed werkende spuitdoppen werkt. Sinds 1 januari 2016 is er een verplichte keuring voor spuitapparatuur die je iedere drie jaar moet herhalen. Die keuring wordt uitgevoerd door keuringsbedrijven die door de Stichting Kwaliteitseisen landbouwtechniek (SKL) zijn erkend.

Ruimtebehandeling

Het vakblad besteedt in het artikel veel aandacht aan ruimtebehandelingen. Met een ruimte behandeling kun je snel werken en je hebt een diepe doordringing in het gewas waardoor je het middel optimaal kan werken. Bovendien gebruik je minder water waardoor het gewas snel droogt. In het artikel komen twee technieken aan bod: foggen en LVM (Low Volume Misting). Foggen is het thermisch vernevelen van het middel. De duppelgrootte is ongeveer 30 micron. Met LVM, het koud vernevelen, krijgt je nog kleinere druppels (5 tot 10 micron). Het fogapparaat is geschikter voor een grotere oppervlakte. In een uur kun je ongeveer 60 liter vernevelen, genoeg om 2 tot 3 hectare te behandelen.

Ruimtebehandelingen kun je alleen toepassen in gesloten ruimtes. Je moet luchtramen sluiten, en de windsnelheid mag niet hoger zijn dan 3 m/s. Een andere beperking is dat niet elk middel geschikt is voor ruimtebehandeling. Er zijn automatische ruimtebehandelingsystemen in ontwikkelingen, mogelijk gestuurd via GPS. Dan zou je een ruimtebehandeling na werktijd kunnen toepassen.

(Bron foto: xx)