Hopbeuk bron: Wikimedia, Franz Xaver

Nieuws

Plant eens een hopbeuk

Gepubliceerd op
4 mei 2016

De hopbeuk, of Ostrya carpinifolia, zou vaker aangeplant moeten worden, vindt landschapsarchitect Wolfgang Holz. Maar plant ze dan wel in goede grond.

De hopbeuk, een boom met bladeren als van een beuk en vruchten in de vorm van hopbellen, is relatief onbekend. Ostrya carpinifolia is nauw verwant aan Carpinus, de haagbeuk. De soort komt van nature voor in Zuid-Europa, aan de zuidkant van de Italiaanse Alpen. Ook in Nederland doet deze middelgrote boom het goed, maar groenbeheerders planten de soort maar weinig aan. Te weinig vindt Wolfgang Holz in het artikel 'De hopbeuk of Ostrya carpinifolia' in Boom & Business. Hij is landschapsarchitect in dienst van de gemeente Helmond en laat in het artikel zien hoe de bomen in zijn gemeente breed uitgroeien op een gazon.

Straatbomen

De boom is niet een echte knaller, erkent hij; de soort heeft geen sensationele bloei. De boom is een windbestuiver; bijen en hommels hebben er dus geen profijt van. Bovendien groeit de boom breed uit. Dat is niet echt een gewenste eigenschap van straatbomen. Maar de hopbelachtige vruchten zijn interessant. Bovendien zijn de takken lichtgrijs of olijfbruin met paarsbruine vlekken. En de bladeren kleuren in de herfst opvallend rood, geel of purper, zo is te lezen in de samenvatting van 15 jaar onderzoek naar de gebruikswaarde van straatbomen (pagina 44).

Gebruikswaarde

Hoewel Holz zich afvraagt of de soort wel zo geschikt is als laanboom, is de conclusie uit dat straatbomenonderzoek dat de soort wel degelijk geschikt is voor niet al te smalle straten. Ook Dendroflora schrijft een paar jaar eerder in een artikel over het geslacht Ostrya, dat veel meer toepassing verdient als laanbeplanting en in parken en plantsoenen. Je moet de soort wel in voedzame, licht kalkrijke grond planten.

(Bron foto: Wikimedia, Franz Xaver)