Landgeitbok, foto: CGN

Nieuws

Rassenlijst Nederlandse landbouwhuisdierrassen

Gepubliceerd op
20 juni 2017

Het CGN heeft de taak om status en trends van dierlijke genetische bronnen in Nederland te monitoren. Een recent overzicht laat zien dat de helft van de rassen de status “bedreigd” heeft, maar ook dat de situatie over de jaren heen stabiel lijkt.

Er zijn 144 rassen van 12 diersoorten die hun oorsprong in Nederland
hebben. Het gaat om de van oorsprong Nederlandse rassen of de rassen die in Nederland  gevormd zijn. Het zijn rassen van diersoorten die nu of vroeger een functie in de landbouw hebben/hadden voor de productie van voedsel (vlees, melk, eieren) of  rassen die diensten leveren zoals het scheperen van een schaapskudde met herdershond, of het werk op het land  door paarden.

Niet alleen de zeldzame Nederlandse rassen zijn opgenomen in het
overzicht. Ook de rassen waarbij fokkerijorganisaties een hoofdkantoor en een fokprogramma in Nederland hebben worden vermeld. Het Nederlands fokkerijbedrijfsleven is internationaal erkend voor de fokkerij van  melkvee, vleesvarkens, leghennen, vleeskuikens, dressuur- en springpaarden.

Risicostatus

In de Rassenlijst Nederlandse landbouwhuisdierrassen en hun risicostatus wordt het aantal volwassen geregistreerde vrouwelijke dieren van de diersoorten rund, schaap, geit, varken, paard, hond, kip, konijn, duif, gans, eend en honingbij en de risicostatus per ras weergegeven. Indien bekend is ook de inteelttoename per generatie weergegeven.  

90% van de 144 rassen hebben de risicostatus “kritiek”, “bedreigd” of “kwetsbaar”.  De status van de helft van de rassen is “bedreigd” en een kwart heeft de status “kritiek”. Dankzij enthousiaste fokkers is de situatie voor de Nederlandse landbouwhuisdierrassen redelijk stabiel. Sommige rassen (zoals het MRIJ runderras) dalen nog steeds in aantal terwijl andere rassen (o.a. Mergellandschaap en Brandrode Rund) weer groei laten zien.

Alle in Nederland aanwezige rassen landbouwhuisdieren worden geregistreerd in de Europese en mondiale databases, respectievelijk EFABIS en DAD-IS. Door de rassen te monitoren kan er op tijd ingegrepen worden om te zorgen dat genetische bronnen, de diversiteit aan rassen en hun genen, niet verloren gaan.

(foto: Landgeitbok, CGN)