gans, foto: Pixabay

Nieuws

Richtsnoer voor het doden van wilde ganzen

Gepubliceerd op
10 mei 2013

De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft op verzoek van de regering een richtsnoer opgesteld voor het doden van wilde ganzen. In vijf praktijksituaties zijn elf dodingmethoden getoetst aan de mate van welzijnsaantasting.

Adviesvraag

In het zogenaamde ganzenakkoord van de G7-partijen zijn afspraken gemaakt over het bestrijden van schade aan landbouwgewassen en de natuurdoelstellingen die worden veroorzaakt door de sterk toenemende aantallen standganzen in Nederland. Het doden van standganzen is daar onderdeel van. Naar schatting zullen de komende 5 jaar intensief vele ganzen (ca. 200.000 ganzen per jaar) gedood moeten worden. De vraag die nu voorligt is welke methode het meest geschikt is om ganzen te doden. Aan de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) is gevraagd om voor een aantal praktijksituaties advies uit te brengen. Hierbij is de vraag of ganzen gedood moeten worden nadrukkelijk geen onderdeel van de adviesvraag. 

Richtsnoer Ganzendoden

In de eind december 2012 ontvangen zienswijze heeft de RDA elf dodingmethoden getoetst in vijf praktijksituaties in welke deze dodingmethoden toegepast zouden kunnen worden. Afhankelijk van de praktijksituatie weegt de RDA de onderzochte methoden verschillend:

  • Als het gaat om populatiereductie (dit betreft grote aantallen) of om de veiligheid van het vliegverkeer is het gebruik van CO2-gas de meest aanvaardbare methode, gevolgd door afschot;
  • In geval van acute landbouwschade zijn afschot met kogelgeweer, gevolgd door afschot met hagelgeweer de meest aanvaardbare methode. Dit betreft dan kleine populaties of individuele dieren;
  • Bij zieke ganzen in een stedelijke omgeving is het gebruik van CO2-gas de meest aanvaardbare method;
  • Bij invasieve exoten in een stedelijke omgeving is het prikken, schudden of oliën van eieren de enig aanvaardbare methode.

Verantwoordelijkheid provincies

De uitvoering van het faunabeheer (waaronder ganzen) en wildschadebestrijding is thans een verantwoordelijkheid van de provincies. De overheid - specifiek het ministerie van Economische Zaken (EZ) - is wel bereid om ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld als partijen voor rustgebiedenbeleid gebruik willen maken van cofinanciering in POP3 (POP = Plattelands Ontwikkelingsprogramma van de EU). De invulling van POP3 is een verantwoordelijkheid van EZ. Daarnaast heeft EZ ook een rol in het waarborgen van de uitgangspunten van het ganzenbeheer in de Natuurbeschermingswet.

Ga naar homepage Dierenwelzijnsweb

(Bron foto: Marko Ruis)