Water, foto thinkstock

Nieuws

Schoner water met minder meststoffen

Gepubliceerd op
21 oktober 2016

De waterkwaliteit van het oppervlaktewater verbetert wel, maar over tien jaar zijn nog niet aan de normen van de Kaderrichtlijn Water. Er zitten nog te veel meststoffen in. Waar komen die vandaan? En wat kun je er aan doen?

De Kaderrichtlijn Water (KRW), een Europese richtlijn die sinds 2000 van kracht is, schrijft voor dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater beter moet. Het water moet schoner. De concentraties vreemde stoffen als bestrijdingsmiddelen en meststoffen moet omlaag. Om de toevloed aan meststoffen te beperken is er de Europese Nitraatrichtlijn die er op gericht is verontreiniging met stikstof en fosfaat te beperken. Voor Nederland is die nitraatrichtlijn uitgewerkt in het 5e actieprogramma (2014 – 2017) die gebruik van stikstof- en fosfaten in de landbouw sterk beperkt.

Herkomst nutriënten

Het waterschap in Friesland, Wetterskip Fryslân, wilde weten hoe het precies zit met die meststoffen. Het vroeg daarom aan Wageningen Environmental Research (Alterra) te onderzoeken wat de herkomst is van de stikstof en fosfaatbelasting in zes polders. Het ging daarbij om twee zandpolders, twee kleipolders en twee veenpolders. Het rapport 'Bronnen van nutriënten in het oppervlaktewater in het beheergebied van Wetterskip Fryslân' geeft inzage in die herkomst. Een vergelijkbaar onderzoek werd uitgevoerd in de Krimpenerwaard in Zuid Holland. De resultaten van dat onderzoek vind je in het rapport 'Belasting van waterlichamen in de Krimpenerwaard met stikstof en fosfor'.

Bemesting

Uit het Friese onderzoek blijkt dat de stikstofbelasting van het oppervlaktewater varieert. Gemiddeld is dat jaarlijks tussen de 15 en 20 kg N/ha. De grootste stikstofbelasting, meer dan 25 kg N/ha, vonden de onderzoekers in de twee veenpolders en een zandpolder. De fosfaatbelasting voor het water was het hoogst in de kleipolders, tussen de 3,0 en 3,6 kg P/ha per jaar. De laagste fosforbelasting, 1,2 kg P/ha, vonden ze in de zandpolder de Linde.

De stikstof blijkt in de zand- en kleipolders grotendeels afkomstig te zijn van bemesting. In de veenpolders is inlaatwater een belangrijke bron voor stikstoftoevoer. Voor de fosforbelasting is inlaatwater belangrijker. Vandaar dat in de polder de Linde de fosforbelasting laag is, daar wordt geen water ingelaten. Ook in het onderzoek in de polders in de Krimpenerwaard blijkt dat inlaatwater een belangrijke bron voor de nutriëntenbelasting is.

Beinvloedbaar

Belangrijke vraag is hoe je die nutriëntenbelasting of die toevloed van meststoffen kunt beïnvloeden. En zo ja hoe? Uit het Friese onderzoek blijkt dat het grootste deel (46 −74%) van de stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater afkomstig is van beïnvloedbare bronnen, denk aan bemesting, inlaatwater. Door de bemesting te verlagen, kun je een duidelijke vermindering van de nutriëntenbelasting realiseren. Maar niet alle bronnen kun je beïnvloeden. Door uitspoeling van de bodem ontstaat ook een belasting. Voor Friesland is berekend dat stikstofbelasting voor 7 − 22% afkomstig van niet of moeilijk te beïnvloeden bronnen, voor fosfor ligt dit tussen 1 en 12%.

Fosfaatonderzoek

Naast deze twee onderzoeken, heeft het NMI in Friesland in het dal van het Koningsdiep gekeken hoe een je de effecten van overtollig fosfaatbemesting terug kunt draaien. Dat is nodig in terreinen die beheerders om willen vormen naar natuurterreinen, heischraal grasland bijvoorbeeld. Het NMI heeft 51 locaties onderzocht.

Op zo'n 20 locaties bij Hemrik bleek dat de fosfaattoestand redelijk gunstig is, zo blijkt uit het rapport 'Fosfaatonderzoek Koningsdiep'. Door uitmijning en in sommige gevallen het weghalen van de bodemlaag, kun je de fosfaattoestand naar een acceptabel niveau brengen. Op een aantal locaties in de buurt van Bakkeveen is de fosfaattoestand zo hoog, dat ontwikkeling van heischraal grasland lastig is. Het beste kun je die percelen afgraven.

(Bron foto: Thinkstock)