Zeekraal, foto:Plant Research International

Nieuws

Toekomst voor zilte landbouw

Gepubliceerd op
3 september 2015

Landbouw is in Nederland altijd gekoppeld geweest aan zoet water. Door verzilting van de grond en schaarser wordend zoet water is men op zoek naar gewassen die zouttolerant zijn. Er blijken meer gewassen te zijn die tegen zout kunnen dan eerst gedacht.

Kustgebieden verzilten en in polders komt zoute kwel naar boven. Meer beregenen en toevoer van meer zoet water is mogelijk in ons klimaat, maar ook beperkt en duur. Verschillende projecten onderzoeken of gewassen toch niet beter tegen zout kunnen of gemaakt kunnen worden.

Soorten die bij de kust groeien

Halofyten zijn planten die aangepast zijn aan zoute omstandigheden, ze hebben zelfs zout nodig om te groeien. Zeekraal is een bekend voorbeeld, en lamsoor. Zeekraal wordt tegenwoordig op bescheiden schaal geteeld en Wageningen UR heeft een protocol voor de veldbewerking en teelt opgesteld.

Glycofyten zijn soorten waarvoor zout in meer of mindere mate toxisch is, maar die aanpassingsmechanismen ontwikkeld hebben om onder zoutere omstandigheden te kunnen leven. Het is voor planten veel moeilijker water uit zilte grond te halen en een voorbeeld van een aanpassing is dat planten een groter zuigend vermogen hebben ontwikkeld en daarom toleranter zijn voor zout.

Een voorbeeld hiervan is zeebiet, waar onze biet, suikerbiet en snijbiet uit geselecteerd zijn. Uit onderzoek is gebleken dat deze zouttolerantie grotendeels bewaard is gebleven bij suikerbiet, maar ook van biet en snijbiet is bekend dat ze nog goed groeien onder wat zoute omstandigheden. Andere gewassen die toleranter voor zout zijn gebleken zijn asperge en aardappel.

Soorten die in droge omstandigheden groeien

Tarwe en gerst zijn 10.000 jaar geleden ontstaan in het Midden Oosten, waar toen ook een droog klimaat heerste. De voorouders van deze gewassen zijn hierdoor efficiënter in het opzuigen van water geworden, waardoor ze ook toleranter zijn tegen zout. Tarwe en gerst hebben die tolerantie voor een deel gehouden.

Gerst heeft de grootste zouttolerantie, dat bleek 2000 jaar v. Chr. al in Mesopotamië. Door irrigatie verziltten daar de landbouwgronden. De gebruikelijke teelt van tarwe bracht veel minder op en werd er vervangen door gerst.

In genetisch onderzoek bij gerst zijn de genenpakketjes gevonden in gerst die het gewas zouttolerant maken. Nu kan er gerichter gezocht worden naar nog zouttolerantere gerstrassen en naar zouttolerantie in bijvoorbeeld tarwe en rijst.

Onverwachte gewassen

Stichting Ziltperspectief heeft vier jaar onderzoek gedaan naar kansen door verzilting. In dit project werd samengewerkt met de Vrije Universiteit, Wageningen UR, het Louis Bolk Instituut en de Waddenacademie. Onlangs is een rapport met de bevindingen uitgebracht. De groenbemesters luzerne en honingklaver blijken zouttolerant te zijn; luzerne wordt ook als veevoer gebruikt en is dus een interessant gewas voor verzilte gronden. Strandbiet en zeekool zijn mogelijke ‘nieuwe’ groenten die geteeld kunnen worden en in het rapport staan teelthandleidingen van deze gewassen. Ook wilde rucola (Diplotaxis), veldsla en zeevenkel worden potentieel interessante gewassen genoemd.

Complexe teelt

In Nederland regent het natuurlijk ook vaak. Dat levert soms weer een grote hoeveelheid zoet water op. Daarom is het ook wel belangrijk dat de planten die op verziltende gronden worden verbouwd, ook goed tegen variatie kunnen. Daarnaast kiemen zaden van zouttolerante gewassen niet of nauwelijks in zilt water, en zou bij direct gezaaide gewassen de zoutconcentratie van de grond veel lager moeten worden gemaakt door aanvoer van zoet water.

(Bron foto: Plant Research International, WageningenUR)