Regenworm, foto: Pixabay

Nieuws

Tot de bodem uitzoeken

Gepubliceerd op
20 juni 2015

Onderzoek maakt steeds meer duidelijk van het precaire evenwicht ondergronds, en de grote invloed daarvan op het leven bovengronds. Het levert nieuwe strategieën op voor gewasbescherming.

Het Wageningen Centrum voor Bodemecologie brengt ecologen, landbouwwetenschappers, chemici en hydrologen bij elkaar om samen te onderzoeken hoe de bodem functioneert en wat de invloed daarvan is op de plantengroei. ‘Het wordt steeds duidelijker hoe belangrijk die bodem is, maar we kennen nog steeds maar het topje van de ijsberg’, zegt Wim van der Putten, mede-initiatiefnemer van het centrum, in het artikel ‘Tot de bodem uitzoeken’ uit Wageningen World. Daarom hebben de Verenigde Naties 2015 uitgeroepen tot het Jaar van de Bodem. Een prachtig initiatief, vindt de hoogleraar. ‘Betere kennis van de bodem is hard nodig voor het aanpakken van het wereldvoedselprobleem, maar ook van milieuproblemen in de landbouw en bij het herstel van natuurgebieden.’

Bril

In de bovenste decimeters van elke vierkante meter bodem zitten zo’n vierhonderd regenwormen – plus zo’n 20 miljoen aaltjes. Een theelepel grond bevat honderden meters aan schimmeldraden en maar liefst 10 miljard bacteriën, van wellicht 10 duizend verschillende soorten. Door welke bril wetenschappers naar dat bodemleven kijken, hangt traditioneel sterk af van de context: landbouw of natuur. ‘Natuurbeheerders beschouwen ziekteverwekkers in principe als gunstig’, zegt Van der Putten. ‘Die voorkomen namelijk dat bepaalde snelgroeiende soorten de overhand krijgen, en vergroten daardoor de biodiversiteit. Maar in de landbouw zien we pathogenen als een negatieve factor, aangezien ze een bedreiging zijn voor gewassen.’ Momenteel groeien die vakgebieden steeds meer naar elkaar toe, aldus Van der Putten en die kruisbestuiving levert volgens hem belangrijke nieuwe inzichten op. Daarbij worden technieken uit het ene vakgebied toegepast in het andere.

Poster

De poster ‘Biodiversiteit op de vierkante meter’ laat zien hoeveel beestjes overwinteren in een akkerrand. Uit onderzoek blijkt dat dat meer dan 550 beestjes op één vierkante meter kunnen zijn. Op 1 m2 werden gemiddeld 160 loopkevers, 90 kortschildkevers, 55 spinnen, nog eens 170 kevers van verschillende soorten gevangen, en verder kleine aantallen pissebedden, mieren, sprinkhanen, wantsen, insectenlarven, duizendpoten, miljoenpoten, hooiwagens, regenwormen en slakken. Die staan allemaal op deze poster.


(Bron foto: Pixabay)