koe en kalf, foto Thinkstock

Nieuws

Vitaler sperma

Gepubliceerd op
23 maart 2016

Met een speciale gel zou je die vitaliteit van sperma kunnen verhogen zodat er bij kunstmatige insematie van koeien een grotere bevruchtingskans is. Maar werkt het ook? Wetenschappelijk bewijs is er nog niet.

Melkveehouders kunnen sinds vijf jaar gebruik maken van SpermVital, een techniek die ervoor zou kunnen zorgen dat sperma langer kan bevruchten. Door direct na de sprong van de stier een gel toe te voegen aan het ejaculaat. Als de spermacellen na bewaring ontdooien, komen ze geleidelijk vrij. Die 'slow-release' is een gevolg van het oplossen van de gel.

Slow-release

Directeur Nils Christian Steig meldt in het artikel 'Vitaler sperma dankzij gel' in vakblad Veeteelt dat SpermVital de levensduur van sperma kan verdubbelen. Maar werkt de 'slow-release' ook echt? Waarom slaat het bij Nederlandse melkveehouders nog niet aan? Het vakblad zet feiten op een rij.

Henri Woelders, wetenschappelijk medewerker van Wageningen UR Livestock Research, vindt de techniek interessant, maar hij meldt ook dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor een betere bevruchtig. Wanneer de tochtdetectie op orde is, zo stelt hij, heeft een langere beschikbaarheid van sperma weinig meerwaarde.

Bewijs

Een maat voor de vruchtbaarheid is het 'Non-returnpercentage 56 dagen'. Dat is het percentage dieren dat binnen 56 dagen na een eerste inseminatie niet opnieuw tochtig is. Het zijn de dieren waarbij de bevruchting geslaagd is. In een wetenschappelijk onderzoek dat in het artikel genoemd wordt, kwam het non-returnpercentage uit met Sperm-Vital uit op 72,7 procent, waar regulier sperma 72,5 scoorde. Dat is geen overtuigend bewijs. Een spaanse ki-vereniging gebruikt het wel sinds 2014. Die vereniging meldt een non-returnpercentage dat 10 % hoger ligt. In 2015 is de verkoop van het middel daarom bij die vereniging verdubbeld.

Door de verlengde levensduur van het sperma zou SpermVital een oplossing zijn voor gevallen van te vroege inseminatie. Daarom zou het interessant zijn voor grotere melkveebedrijven waar de tochtwaarneming en timing van de inseminatie onder druk staat. Maar keihard bewijs voor een hoger bevruchtingsvermogen is nog niet geleverd, zo besluit het artikel.

(Bron foto: Thinkstock)