Voederbieten, foto: Pixabay

Nieuws

Voederbieten in de lift

Gepubliceerd op
5 juni 2015

Voederbieten maken een rentree als melkveerantsoen. De VEM- en DVE-waarden overtreffen de gras- en maïskuilen, maar bewaren blijft lastig.

Volgens de schrijvers van het artikel ‘Voederbieten, een troef voor het melkveerantsoen’ uit Management & Techniek is een goede VEM-waarde van een voedermiddel de eerste voorwaarde om een plaats te krijgen in het melkveerantsoen. “Daarnaast moet een koe voldoende eiwit krijgen, want we weten dat enig eiwittekort al vlug de melkproductie drukt.”

Omdat aangekocht eiwit vrij duur is, brengen boeren het liefst zo veel mogelijk zelf gewonnen eiwit in het rantsoen. Wat betreft VEM en DVE-waarde overtreffen voederbieten, volgens de auteurs, ruimschoots de gras- en maïskuilen. Voederbieten zijn namelijk ongeveer 10% energierijker dan maïskuil, dat al als een energierijk voeder kan worden bestempeld.

Verteerbaarheid

De hoge VEM-waarde van bieten is een gevolg van de zeer goede verteerbaarheid. De DVE-waarde is zelfs duidelijk hoger dan die van grasvoordroogkuil, maar dan met een negatieve OEB. Wanneer men hierbij de hoge opbrengst betrekt die, in goede teeltomstandigheden, gemiddeld op 17 ton droge stof/ha wordt geraamd, dan mag men volgens de auteurs stellen dat geen enkel gewas zo veel VEM en DVE opbrengt als voederbieten.

Wetgeving

Vanaf komend seizoen is de wetgeving in Nederland en Vlaanderen een belangrijke reden voor de vernieuwde belangstelling. ‘Bedrijven met meer dan 30 hectare bouwland of tijdelijk grasland moeten voor de vergroeningseis van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een derde gewas gaan telen. Dit gewas moet minimaal vijf procent van het totale bouwplan omvatten’, vertelt Alex De Vliegher, wetenschappelijk onderzoeker teelt en omgeving aan het ILVO in Vlaanderen. Hij vertelt dit in het artikel ‘Voederbieten maken voorzichtige rentree’ uit VeeteeltVlees.

Bewaren

Het voeren van verse bieten heeft als voordeel dat de bieten op het land kunnen blijven staan tot ze volledig uitgegroeid en afgerijpt zijn, zo rond begin november. ‘Voederbieten kun je vervolgens vers voeren tot half maart. Daarna beginnen de bieten echter opnieuw uit te lopen en lopen de voerverliezen snel op’, weet De Vliegher. Daarnaast moeten bieten afgedekt worden bij vorst, maar loopt de temperatuur op, dan moet het zeil er weer snel af. Dat kan tot een paar keer toe in een winter voorkomen.

Het alternatief is rooien op het moment van de maïsoogst en de bieten versnipperd als een laag in de maïskuil inkuilen, maar dat kost door eerder rooien tien tot vijftien procent opbrengst. Volgens De Vliegher willen het Belgische Instituut voor Landbouw- en Visserij Onderzoek en Hogeschool Gent het beste van de twee bewaarmogelijkheden samenvoegen door nieuw onderzoek op te zetten om versnipperde voederbieten in te kuilen met een ander voedermiddel uit de agro-industrie.


(Bron foto: Pixabay)