Maiskuil, foto Jan Nijman

Nieuws

Voederwaarde van maïs

Gepubliceerd op
30 maart 2016

Snijmaïs is na gras in Nederland uitgegroeid tot het belangrijkste voedergewas. Het bevat een hoge voederwaarde, maar voor een optimale bedrijfsvoering moet je wel weten wat die waarde is. Daarom moet je monsters laten analyseren.

Het succes van snijmaïs als voedergewas is te danken aan een hoge voederwaarde, zo begint het hoofdstuk Voeding van het onlangs geactualiseerde handboek Snijmaïs. Maïs bevat veel koolhydraten. Het handboek onderscheidt structurele en niet-structurele koolhydraten. De structurele koolhydraten, die de meeste energie leveren, komen vooral uit de celwanden: cellulose, hemi-cellulose, en pectine. Cellulose en hemi-celulose, die afkomstig zijn van het blad en de stengels worden grotendeels in afgebroken in de pens. De niet-structurele koolhydraten zijn zetmeel, suikers en fructosanen die vooral afkomstig zijn uit de kolf.

Schommelingen

Maar als gevolg van het conserveringsproces in de kuil door melkzuurbacteriën is die voederwaarde niet constant, zo is te lezen in het artikel 'Schommelingen in de kuil' in vakblad Veeteelt. Melkzuurbacteriën zetten suikers om in melkzuur waardoor de pH daalt, de kuil wordt zuurder. Dat proces heeft een conserverende werking, maar dat proces heeft ook effect op het gehalte zetmeel en suiker. De bestendigheid van zetmeel neemt af naarmate maïs langer in de kuil ligt. Wanneer er meer onbestendig zetmeel is, wordt dat makkelijker afgebroken in de pens en geeft dat risico op pensverzuring, zo legt het vakblad uit. Door die versnelde afbraak van zetmeel stijgt het aandeel snel afbreekbare koolhydraten en daalt de pH in de pens.

Analyse

Het is daarom belangrijk te weten wat er gebeurt in een kuil. Je kunt monsters nemen en die laten analyseren. Vakblad Melkvee laat in het artikel 'Maïskuilmonsters in het laboratorium' zien hoe die analyse plaatsvindt. Je krijgt dan informatie over de gehalten eiwit, ruwe celstof, zetmeel, suiker en vet. Maar de analyse van zo'n een monster is maar een momentopname, schrijft vakblad Veeteelt. Zeker als een kuil niet goed is afgedicht, veranderen de voederwaarden. Er kan dan lucht bijkomen waardoor het conserveringsproces wordt verstoord. Een kuil moet de tijd krijgen te stabiliseren: een goede kuil heeft daarvoor zo'n vier weken nodig. Je kunt schommelingen in de kuil ondervangen door de kuil droger in te kuilen. De kuil vormt dan meer melkzuur. Een ideaal drogestofgehalte van de maïs ligt tussen de 34 en 36 % droge stof.

Wil je verder rekenen aan de voederwaarde van snijmaïs, dan kun je gebruik maken van het Hoofdstuk Voeding in het Handboek snijmaïs en het Tabellenboek Veevoeding, die beide online beschikbaar zijn.

(Bron foto: Jan Nijman)