Afval, Bron: Thinkstock

Nieuws

Zelf bioplastic maken in de klas

Gepubliceerd op
16 september 2013

Voor vwo 5 en 6 is de lesmodule ‘Plastic zonder olie’ gratis beschikbaar gesteld. Leerlingen worden via deze lesmodule voor nieuwe scheikunde ingewijd in de wereld van plastic en de (afval)problematiek. Zelf fabriceren zij, onder meer met aardappels, zelf materialen.

Ingegaan wordt op polymerisatiemechanismen, materiaaleigenschappen, moleculaire structuur, de eigenschappen van diverse plastics, de grondstoffen die daarvoor nodig zijn, bioplastics en milieuaspecten. In het practicumgedeelte wordt zetmeelplastic gemaakt en chitine uit de schaal van kreeften. De leerlingen synthetiseren ook zelf polystyreen.

Afbreekbaarheid

Het theoriegedeelte geeft leerlingen onder meer mee dat het een grote misvatting is om te denken dat alle bioplastics biologisch afbreekbaar zijn. Afbreekbaarheid, zo wordt gesteld, blijft een belangrijk vraagstuk. ‘Als een plastic in een GFT-composteerder binnen de verblijftijd van de compost in de installatie volledig afgebroken wordt mag een plastic zich composteerbaar noemen’, wordt hen geleerd.

Olie

Kijkend naar grondstoffen voor de productie van plastics, is bioplastic zeker het overwegen waard. Voor 'conventioneel' plastic moet namelijk aardolie, een steeds duurder wordend product, worden aangesproken. Daarnaast verdwijnen veel gebruikte plastics uiteindelijk in de verbrandingsoven om zo bij te dragen aan de toename van het kooldioxidegehalte in de atmosfeer.

Plastic soep

Gebruikte plastics die de verbrandingsovens niet halen, dragen bij aan de veelbesproken ‘plastic soep’. Een ‘typisch zwerfafval-probleem’, ontstaan doordat veel afval de reguliere afvalverwerking niet haalt. ‘In landen als India is vrijwel 100% van het geproduceerde afval zwerfafval’, melden de makers van de module.

Niveau en belasting

Van de leerlingen wordt scheikundekennis op onderbouwniveau verwacht. In de module voor het NG/NT-profiel, waarvoor 40 studielasturen staan, is geen toetsing opgenomen. De kennis kan wel getest worden met oefenopgaven. Een docentenhandleiding is op te vragen via de website van Wageningen UR, maker van de module (zie link).


(Bron foto: Thinkstock)