aardappelveld Bron: Pixabay

Nieuws

Resistente aardappel met cisgenese

Gepubliceerd op
6 januari 2016

Met Wageningse gentechnologie zou je binnen vijf jaar aardappelrassen kunnen ontwikkelen die resistent zijn tegen phytophthora, maar genetische modificatie ligt gevoelig.

De aardappelziekte Phytophthora is verantwoordelijk voor ruim de helft van het bestrijdingsmiddelenverbruik in de Nederlandse landbouw. Nederlandse akkerbouwers bespuiten hun aardappelen jaarlijks 10 tot 16 keer per seizoen. Dat kost de akkerbouwer zo'n 600 euro per hectare. In Nederland zetten aardappeltelers jaarlijks 1424 ton aan bestrijdingsmiddelen in tegen deze ziekte. In Nederland bedragen de totale kosten van die bestrijding 61,1 miljoen euro per jaar. Wereldwijd is de schade bijna 10 miljard euro per jaar, zo is te lezen in het artikel 'Resistente aardappel hoopt op genade' in Wageningen World.

Cisgenese

Wageningse onderzoekers zijn daarom naarstig op zoek naar mogelijkheden om resistente aardappelrassen te telen. Genetische modificatie (gmo) is een manier om via cisgene technieken versneld tot resistente rassen te komen. Cisgenese is een techniek waarbij alleen soorteigen genen worden ingebracht. de genen zijn afkomstig van wilde aardappelsoorten uit Midden-Amerika. In 2006 startte Wageningen UR in opdracht van het Ministerie van LNV een tienjarige onderzoekproject DuRPh (Duurzame Resistentie tegen Phytophthora). Doel van dit project is resistente rassen te maken door het inbouwen van resistentiegenen.

10 jaar na het begin van dit project is het de onderzoekers gelukt een resistente aardappel te kweken. Drie aardappelrassen zijn resistent gemaakt: Première, Désiré en Aveka en in een veldproef uitgeplant. Bestrijdingsmiddelen zijn niet helemaal overbodig geworden, maar het gebruik sterk beperkt. Het ministerie is enthousiast over wat er in het DURPH-project isontwikkeld, zo schrijft Wageningen World. Het ministerie hoopt dat het bedrijfsleven verder gaat met de toepassing van de cisgenesetechniek.

Gmo-stempel

Wil de techniek echt interessant worden, dan moet het stempel gmo eraf, zegt Robbert Graveland van aardappelveredelaar HZPC in het artikel. Omdat de techniek nu onder gmo geschaard wordt, moeten veldtesten en risicobeoordelingen voor nieuwe rassen gedaan worden. Bedrijven zijn daarom terughoudend. Graveland hoopt dat de EU met duidelijkheid komt over regelgeving rond nieuwe veredelingstechnieken. De Europese Commissie is bezig met een juridisch onderzoek. De European Food Safety Authority (EFSA) oordeelde in 2012 al dat risico's van cisgene plantenrassen vergelijkbaar zijn met de risico's van rassen die afkomstig zijn van traditionele veredeling. Maar Greenpeace en Friends of the Earth denken dat de risico's hoger zijn en willen geen uitzondering voor cisgene technieken.

Wat het vervolg is op het DuRPH-project is nu nog niet duidelijk. Mogelijk dat over een paar jaar de eerste resistente rassen beschikbaar zijn. Onderzoeker Anton Haverkort is blij met de resultaten van het project tot nu toe. "Het is een droomuitkomst. Wetenschappelijk en technisch hebben we de techniek goed in de vingers gekregen."

Om leerlingen kennis te laten maken met biotechnologie, is in 2012 door Plant Research International en het Bètasteunpunt Wageningen het lespakket 'Battle of the Genes' voor het voortgezet onderwijs ontwikkeld.

(Bron foto: Pixabay)