Het Verpakkingenconvenant gaat uit van de gedachte dat alle partijen medeverantwoordelijk zijn voor het probleem van resten en gebruikte verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen. De belangrijkste onderdelen worden hieronder toegelicht.
Het convenant werd eind 1988 door de overheid (ministeries van VROM, LNV, SZW en WVC (nu VWS)) en het bedrijfsleven (toelatinghouders/fabrikanten, handelaren en het landbouwbedrijfsleven) ondertekend. Na de ondertekening zijn alsnog enkele toelatinghouders toegetreden tot het convenant. Het convenant wordt dus door zo goed als alle betrokkenen onderschreven.
Een van de onderdelen van het convenant is dat toelatinghouders die het convenant hebben ondertekend het STORL-vignet (=geregistreerde beeldmerk van de Stichting Opruiming Restanten Landbouwbestrijdingsmiddelen) op de verpakking mogen voeren. Dit beeldmerk mag niet worden gevoerd door fabrikanten en toelatinghouders die het convenant niet hebben ondertekend.
Verwijderingszinnen
De toelatinghouders die het convenant hebben ondertekend, zijn verplicht één van de volgende 'verwijderingszinnen' op de verpakking te vermelden. Deze zinnen geven aan wat een gebruiker met de verpakking moet doen:
- Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld, zoals wettelijk is voorgeschreven.
- Deze verpakking is bedrijfsafval, nadat deze volledig is geleegd.
- Deze verpakking dient nadat deze volledig is geleegd te worden ingeleverd bij een KCA-depot. Informeer bij uw gemeente.
Oftewel:
- Leegmaken, spoelen, bedrijfsafval.
- Leegmaken, bedrijfsafval.
- Leegmaken, klein gevaarlijk afval (voorheen klein chemisch afval).
De meeste verpakkingen moeten worden schoongespoeld. Toch zijn er ook (verpakkingen of formuleringen van) gewasbeschermingsmiddelen waarbij dit niet kan of mag, zoals bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen die niet worden vermengd met water (granulaten en stuifpoeders). Lege verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen waarbij een doodshoofd op het etiket is vermeld, vallen altijd onder de categorie 'klein gevaarlijk afval'.
Verplicht spoelen
In het Convenant is verder afgesproken dat het landbouwbedrijfsleven een verordening vaststelt die gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen verplicht direct na het leegmaken van de verpakking deze te spoelen met voorgeschreven apparatuur. Om het schoonspoelen praktisch mogelijk te maken, is overeengekomen dat toelatinghouders de formuleringen van gewasbeschermingsmiddelen en/of de verpakkingen hiervoor aanpassen. Zie tevens paragraaf 3.
Inleveren
Resten van gewasbeschermingsmiddelen dienen op de eerste plaats zo veel mogelijk te worden voorkomen. Aangebroken verpakkingen kunnen in het kader van het convenant worden ingeleverd bij een KCA-depot (Klein Chemisch Afval).
De handelaar die het gewasbeschermingsmiddel heeft verkocht, is verplicht onaangebroken verpakkingen zonder verplichte creditering terug te nemen van de gebruiker. Deze afspraken hebben overigens geen gevolgen voor de bestaande retourregeling voor vaten van vloeibare grondontsmettingsmiddelen.
Voorlichting
De toelatinghouders/fabrikanten, de handelaren en het landbouwbedrijfsleven moeten actief voorlichting geven over de wijze van verwijdering van de resten en lege verpakkingen. De rijksoverheid heeft aangegeven daar waar noodzakelijk, met name naar lagere overheden en andere overheidsinstellingen toe, bekendheid te geven aan de afspraken en de invoering daarvan in de praktijk mede te stimuleren. Het convenant geldt voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 1 jaar