Blogpost

De biologie van het ‘scheiden’ van dieren

Gepubliceerd op
21 april 2010

Huisdieren hebben een bijzondere plaats in onze samenleving. Zij maken veelal deel uit van het gezin en worden geliefd en gekoesterd.

Ondanks een vaak intense emotionele binding aan het huisdier, wordt er verrassend weinig nagedacht over de natuur, de biologie van hetzelfde dier. Dit begint al met het ‘scheiden’ van een jong dier. De primaire zorgverlener van jonge zoogdieren is meestal de moeder. Bij sommige diersoorten spelen ook de vader of andere familieleden een belangrijke rol. Het aantal individuen dat in contact is met jonge zoogdieren is dus zeer beperkt en de hechting van de jonge dieren aan hen is intensief. Deze situatie zorgt niet alleen voor een veilige omgeving voor de jonge dieren om fysiek te kunnen ontwikkelen, ze biedt tegelijk de mogelijkheid om belangrijke sociale speelregels en sociaal gedrag te leren, die het functioneren binnen een sociale groep levenslang zullen bepalen.

Jonge zoogdieren kunnen binnen een relatief korte periode na de geboorte bijzonder snel leren (sensitieve fase) hoe zij met hun sociale en niet sociale omgeving om moeten gaan. Ook de verandering van de relatie tussen het jonge dier en zijn primaire zorgverlener hoort bij dit leerproces. Niet alleen het kunnen omgaan met nieuwe situaties en onbekende individuen, vooral ook het kunnen hanteren van socio-negatieve situaties (bijvoorbeeld het aangeven van grenzen) is afhankelijk van de informatie die het dier leert tijdens het geleidelijke vergroten van de sociale afstand tussen moeder en jong. Het niet doorlopen van deze biologisch belangrijke fase van ‘scheiden’ kan dan ook resulteren in negatieve gevolgen voor de sociale vaardigheden van een dier.

Bij huisdieren staat ter discussie, wanneer het optimale moment voor het ‘scheiden’ van jonge dieren is. Vanuit een biologisch perspectief, is het zinvol om het biologische leerproces niet af te breken. Een voorwaarde voor het later ‘scheiden’ van jonge huisdieren is uiteraard het bestaan van goede, stimulusrijke opgroeicondities bij de fokker. Verder is het belangrijk voor de nieuwe eigenaar van een jong dier, de natuurlijke gedragsontwikkeling in brede zin te ondersteunen, waarbij naast het bevestigen van adequaat gedrag ook het corrigeren van inadequaat gedrag hoort.