Blogpost

De mens is voortdurend op zoek ....

Gepubliceerd op
12 maart 2010

De mens is voortdurend op zoek naar levensvormen op andere planeten. De mogelijke aanwezigheid van water op Mars brengt wetenschappers in extase, terwijl hoogontwikkelde levensvormen op onze eigen planeet, die genetisch gezien nauwelijks afwijken van de mens, slechts onachtzaamheid of selectieve aandacht ten deel valt.

De hond of de kat wordt gekoesterd, maar het nota bene aanzienlijk intelligentere varken wordt ten diepste vernederd en misbruikt. Er schuilt zoveel tegenstrijdigs in de wijze waarop we met andere levende wezens en met onze leefomgeving omspringen, dat het voor de hand ligt om een totale herijking te overwegen. Stel dat we op Mars levende wezens op het niveau van varkens ontdekken, zouden we hen dan onderwerpen aan onze eigen opvattingen en gebruiken voor onze eigen behoeften? Zouden we deze Marsbewoners domesticeren en onderbrengen in grootschalige concentratiekampen, waar we hen zouden vetmesten en doden? Met welk recht zouden we zoiets doen? En wat zou het zeggen over het niveau van ónze beschaving en ontwikkeling? Aan welke criteria zouden we die andere mogelijke bewoners van het heelal toetsen, en hoe zouden we bepalen of ze zouden mogen blijven leven en of ze hun zelfstandigheid mogen behouden?

Zullen wij aardbewoners mogelijk ook ooit op zulke gronden worden beoordeeld door wezens met een hoger intelligentieniveau? Is het geen tijd om nieuwe afspraken te maken voor het omgaan met de levende wezens op onze éigen planeet? En moet de aloude wijsheid ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook het varken niet…’ daarbij niet de leidraad zijn? De mens is de enige soort die het voortbestaan van de aarde bedreigt. De mens ziet zichzelf als representant van het hoogstontwikkelde denken; als de top van de beschavingspyramide, maar gaat voorbij aan het feit dat waar de mens verschijnt niet alleen intelligente afwegingen geïntroduceerd worden, maar vooral ook onoplosbare problemen ontstaan.

Het belangrijkste verschil tussen mensen en dieren zit in de verschillende niveaus van intelligentie. Maar onze intelligentie en ons vermeende hogere ontwikkelingsniveau leiden doorgaans niet tot het morele besef dat we andere levensvormen respectvol moeten behandelen. Als mensen spreken over een ethisch réveil, dan doelen ze zelden op de omgang met andere soorten. Ons begrippenkader is uitsluitend gericht op onze eigen soort. Lange tijd hebben we niet anders kunnen en willen denken dan in termen van mensenbelangen. Slechts een zeer kleine minderheid kwam op voor dieren. Ik ben ervan overtuigd dat we op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Onze omgang met andere levende wezens gaat veranderen, evenals de manier waarop we als mensen met elkaar omgaan. Dat nieuwe tijdperk zal overigens niet zonder slag of stoot tot stand komen. De gevestigde orde, die belangen heeft in het uitbuiten van dieren, zal zich er uit alle macht tegen verzetten. Maar zoals ook de schijnbaar onaantastbare machtspositie van de tabakslobby in hoog tempo afgebrokkelde door veranderde maatschappelijke opvattingen, zo zal ook voortschrijdend maatschappelijk inzicht over dierenwelzijn ervoor zorgen dat dieren niet langer de paria’s van deze planeet zijn.