Proefdieren, foto: Shutterstock

Nieuws

Dierproeven: optimale verfijning, vervanging en vermindering

Gepubliceerd op
4 maart 2014

Dierenwelzijn en een respectvolle omgang met dieren zijn voor staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken het uitgangspunt voor het dierproevenbeleid. Dit staat in het aan de Tweede Kamer gestuurde 'Plan van aanpak dierproeven en alternatieven'.

In het plan van aanpak stelt Dijksma dat de beleidslijn is ‘nee, tenzij’: alleen een dierproef als er geen alternatief is. Daar waar dierproeven nog onvermijdelijk zijn wordt gestreefd naar optimale verfijning, vervanging en vermindering (de 3V’s). In het plan van aanpak worden een aantal speerpunten benoemd.

Vermindering in voorraad gedode proefdieren

In Nederland werden in 2012 524.735 dieren gedood die waren gefokt als proefdier maar niet daarvoor werden gebruikt. Het aantal dieren 'in voorraad gedood' stijgt al verscheidene jaren achtereen. De stijging wordt voor een groot deel veroorzaakt door een toename van het gebruik van genetisch gemodificeerde proefdieren. In het nieuwe beleid, wat ingaat wanneer de nieuwe Wet op de Dierproeven in werking komt, moet de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) beoordelen of een fokproject ten behoeve van de productie van proefdieren zo is opgezet dat zo min mogelijk dieren worden gebruikt en de dieren zo min mogelijk ongerief wordt berokkend.

Andere maatregelen hebben betrekking op het concentreren van het werken met genetisch gemodificeerde dieren in een beperkt aantal ‘centres of excellence’, het stimuleren van het gebruiken van fokcoördinatoren in instellingen die er voor moeten zorgdragen dat de fok is afgestemd op de (verwachte) vraag, het verbeteren van administratie en scholing van bij onderzoek en fok betrokken personeel.

Pijnbestrijding

Het is voorlopig nog niet mogelijk om zonder dierproeven te werken. Er kan wel voor gezorgd worden dat dieren zo min mogelijk lijden. De staatssecretaris geeft aan dit uitgangspunt te delen. In het plan van aanpak zijn aanbevelingen uit het rapport ‘Onderzoek inzake pijnbestrijding bij proefdieren. Stand van zaken in Nederland anno 2013’ overgenomen. Veel van de aanbevelingen hebben betrekking op kennisontwikkeling en kennisdeling op het gebied van het herkennen en bestrijden van pijn. Ook in de opleidingen zou hier nog meer aandacht voor moeten komen.

Markttoelating geneesmiddelen

Voordat geneesmiddelen op de markt komen moeten ze onder meer getest worden op proefdieren. Een recent promotieonderzoek over de voorspellende waarde van dierproeven bij de markttoelating van geneesmiddelen stelt dat dierproeven ten behoeve van de veiligheid van geneesmiddelen zeer weinig tot geen voorspellende waarde hebben voor de mens. Voor de staatssecretaris is dit aanleiding om het zoeken naar alternatieven te stimuleren.

Verbod teenknippen en andere zaken

In het plan wordt ook een verbod op teenknippen als identificatiemethode bij onder meer muizen aangekondigd. Er moeten dan wel alternatieven voor identificatie beschikbaar zijn. Verder wordt in het plan ingegaan op mogelijkheden om het gebruik van honden, katten en primaten te verminderen, en het zoeken naar alternatieven voor LD50- en LC50-testen (milieugerelateerde testen). In samenwerking met de Dierenbescherming en Stichting AAP zal een plan worden opgesteld voor opvang van voormalige proefdieren.

Reacties op het plan

Proefdiervrij staat vrij positief tegenover het plan en nodigt de staatssecretaris uit om met de organisatie in gesprek te gaan over hoe de voornemens in praktijk te brengen. De Dierenbescherming, die vorige week een actie tegen onnodige dierproeven startte, is enthousiast over de plannen van Dijksma. Volgens directeur Frank Dales is het mooi om te zien dat Dijksma op één lijn zit met de vooraanstaande wetenschappers die deze week in het magazine DIER van de Dierenbescherming ook bepleiten dat dierproeven voor bijvoorbeeld veiligheidstests hun langste tijd hebben gehad. "De daad moet nu alleen wel bij het woord worden gevoegd", onderstreept Dales op de eigen website van de Dierenbescherming.

Een proefdierkundige van de Rijksuniversiteit Groningen stelt in een radio-interview op Radio 1 dat ook onder de huidige regelgeving geen dierproeven mogen worden uitgevoerd wanneer er een alternatief voorhanden is. Wel denkt ze dat meer aandacht voor onderzoek naar alternatieven en beperking van het aantal gefokte dieren kan bijdragen aan verdere vermindering van het proefdiergebruik.


(Bron foto: Shutterstock)