Nieuws

Duurzame en effectieve knaagdierbeheersing

Gepubliceerd op
14 maart 2020

Ratten en muizen kunnen gezondheidsproblemen, economische schade en overlast veroorzaken. Traditioneel worden ze daarom bestreden met chemische middelen. Deze zijn echter voor de mens, andere zoogdieren en vogels zeer giftig. De overheid wil graag tot een duurzame en effectieve knaagdierbeheersing komen; een geïntegreerde knaagdierbeheersing met nadruk op preventie. Hiertoe is nieuw beleid ingezet.

Recente onderzoeken van CLM Advies en RIVM geven inzicht in de effectiviteit van het nieuwe beleid, en knelpunten en mogelijke oplossingen om dit beleid voor knaagdieren zo goed mogelijk te laten werken.

Bestrijden ratten en muizen

Rodenticiden zijn biociden die toegepast worden om muizen en ratten te bestrijden. De meeste rodenticiden zijn zogenaamde anticoagulantia, stoffen die de bloedstolling verstoren, waardoor dieren die deze stoffen opnemen door interne bloedingen doodgaan. Deze stoffen mogen in Nederland ingezet worden voor de bestrijding van huismuis, bruine rat en zwarte rat, de zogenaamde doelsoorten. Het Ctgb (College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) geeft aan dat middelen op basis van deze stoffen niet voldoen aan de toelatingscriteria, maar desalniettemin toch zijn toegelaten, omdat met het beschikbaar blijven van deze middelen een groot maatschappelijk belang gediend is en er daarnaast niet voldoende alternatieven zijn.

Doorvergiftiging

Rodenticiden komen onbedoeld ook voor in veel wilde vogels en zoogdieren. Onderzoek in het buitenland en oriënterend onderzoek in Nederland laat zien dat doorvergiftiging naar niet-doelsoorten aanzienlijk is. Dat geldt vooral voor knaagdiereters zoals steenmarters, steenuilen, vossen, bunzings, kerkuilen en buizerds. Ook de vogeljagende havik en sperwer scoren hoog. Dat is de conclusie van een onderzoek, uitgevoerd door CLM Onderzoek en Advies, het Dutch Wildlife Health Centre, Bureau Waardenburg en Stichting Kennis- en Advies-centrum Dierplagen in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Om ratten en muizen te bestrijden plaatsen plaagdierbeheersers lokdozen met giftig lokaas. Cameravallen lieten zien dat ook andere dieren bij - of zelfs in - de lokdozen komen, met name andere muizensoorten zoals spitsmuizen en verschillende zangvogels. Muizen slepen zelfs lokaas uit de lokdozen naar buiten, waardoor andere soorten, ook vogels, rodenticiden kunnen opnemen. Deze route is nog niet eerder in beeld gebracht en kan ongewenste blootstelling veroorzaken. De onderzoekers bevelen aan om de toepassing van ratten- en muizengif verder te beperken.

Integraal Plaagdier Management (IPM)

Bruine en zwarte rat en huismuis mogen in Nederland onder strikte voorwaarden worden bestreden met rodenticiden. Sinds 1 januari 2017 is IPM, oftewel Integrated Pest Management, verplicht bij de bestrijding van ratten buiten gebouwen. Als preventieve maatregelen niet genoeg werken, horen eerst mechanische producten zoals klapvallen worden ingezet. Pas daarna mogen, indien nodig, de dieren worden bestreden met rodenticiden. Om die middelen buiten te mogen gebruiken is een opleiding én een certificaat nodig. Toch is de vergiftiging van andere soorten sinds de toepassing van deze methode nog niet aantoonbaar afgenomen. Onderzoek naar de toepassingspraktijk biedt mogelijk meer duidelijkheid hierover. Daarnaast is monitoring nodig van de effectiviteit van het beleid, aan de hand van metingen aan rodenticiden bij indicatorsoorten, zoals de vos.

Uitbreiding IPM

Rond 2023 wordt de IPM aanpak ook verplicht voor de bestrijding van ratten én muizen binnen gebouwen. Voor particulieren blijven na 2023 naar verwachting wel andere chemische bestrijdingsmiddelen tegen muizen beschikbaar, zonder de genoemde IPM-verplichtingen. In het kader van de uitbreiding van de IPM-aanpak heeft het RIVM onderzocht wat knelpunten zijn en mogelijke oplossingen om dit beleid voor knaagdieren zo goed mogelijk te laten werken. Een van de knelpunten is onduidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden van de overheidspartijen. Bij het knaagdierbeleid zijn vier ministeries betrokken (Infrastructuur, Landbouw, Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken). Ook hebben provincies en gemeenten een rol. Meer duidelijkheid is nodig wie de regie heeft over welke maatregel.

Om overlast te voorkomen is het belangrijk dat huizen, gebouwen, bedrijven en de ruimte eromheen schoon blijven. Dan is er geen voedsel voor ratten en muizen. Dit is vooral ’s nachts belangrijk, omdat knaagdieren juist dan actief zijn. Voorlichting kan helpen, net als een goed afvalbeleid (geen plastic zakken gebruiken maar afgesloten containers) en een doordachte ruimtelijke inrichting (geen plaatsen waar ratten zich kunnen nestelen).

(Bron foto: Bolid74 via Wikimedia Commons)