Nieuws

Na 31 jaar einde aan melkquotum

Gepubliceerd op
31 maart 2015

Woensdag 1 april komt er een einde aan het melkquotum. Boeren mogen dan zo veel produceren als ze zelf willen. Wat betekent dit voor het aantal koeien in de wei en het aantal grote stallen?

Melkquotum

Het quotum is in 1984 ingevoerd omdat er overschotten aan melkproducten waren ontstaan: de zogenaamde 'boterberg' en 'melkplas'. De overproductie was een direct gevolg van productiesubsidies in het kader van afspraken die zijn gemaakt in het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De overschotten aan melk werden met Brusselse exportsubsidies buiten Europa afgezet. Dus al was de melkprijs elders in de wereld lager, boeren kregen gewoon de Europese prijs betaald. Om de hoge kosten van die subsidies, die alsmaar stegen door de groeiende melkproductie en de dalende melkprijs op de wereldmarkt, te beperken werd het melkquotum ingevoerd. Een melkquotum is het recht een bepaalde hoeveelheid koemelk te produceren. Ieder land van de Europese Unie had een bepaald melkquotum sinds 1984. Indien meer melk werd geleverd dan het quotum moest een heffing over deze extra hoeveelheid worden betaald. Dit heet de superheffing.

Schaalvergroting zet door

Volgens onderzoeksinstituut Alterra Wageningen UR zet schaalvergroting in de melkveehouderij door. De afgelopen 50 jaar nam het aantal bedrijven met 90% af. Het aantal koeien per bedrijf nam met meer dan een factor 8 toe. De komende jaren breidt de Nederlandse zuivelsector ver uit. Tot 2020 zal aantal koeien met 5% stijgen tot 1,6 miljoen en zijn er nog 14 tot 15 duizend bedrijven met melkvee (daling t.o.v. 2013 van ruim 20%). De gemiddelde bedrijfsomvang gaat naar 110 melkkoeien per bedrijf (in 2013: 83 melkkoeien per bedrijf). Verder zal in 2020 naar verwachting meer dan 70% van de melkveestapel gehouden worden op bedrijven met meer dan 100 melkkoeien. Het aantal grote bedrijven met meer dan 250 melkkoeien (megastallen volgens de definitie van Alterra, 2007) zal in 2020 verdubbeld (> 500) zijn ten opzichte van 2013 (250).

Neemt weidegang af?

Alterra Wageningen UR geeft verder aan dat dat de trend van intensivering en uitbreiding van melkveebedrijven de belangrijkste bedreiging voor beweiding is. Grotere bedrijven passen minder weidegang toe dan kleinere bedrijven. Gemiddeld geldt de weidegang volgens de definitie van Convenant Weidegang (> 120 dagen zes uur per dag) in 2013 voor 65% van de melkkoeien. Weidegang komt onder druk te staan van de schaalvergroting in combinatie met beperktere mogelijkheden voor beweiding als gevolg van een te kleine huiskavel.

Vandaag maakte de Rijksoverheid bekend dat de groei van de melkveehouderij grondgebonden wordt. Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken heeft een brief aan de Tweede Kamer geschreven waarmee ze de algemene maatregel van bestuur (amvb) grondgebondenheid aanbiedt. Dat betekent dat melkveebedrijven die uitbreiden dat voor een deel moeten baseren op meer grond. Melkveehouders die hun bedrijf uitbreiden en daardoor meer fosfaat (als bestanddeel van mest) produceren dan zij in 2014 deden, moeten jaarlijks aantonen dat zij over voldoende grond beschikken. De amvb waarmee de grondgebonden groei wordt geregeld, treedt op 1 januari 2016 in werking. De AMvB ziet niet direct op het bevorderen van weidegang, maar bevordert wel de mogelijkheden voor het toepassen daarvan. In 2020 zou 80% van alle koeien in Nederland in de wei moeten lopen. Die ambitie spreekt staatssecretaris Dijksma uit in haar Kamerbrief.


(Bron foto: Alterra Wageningen UR Livestock Research