Rhesus monkey-Pixabay

Nieuws

Naar een toekomst zonder proeven met apen

Gepubliceerd op
28 juni 2018

Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verkende het Rathenau Instituut de te nemen stappen naar een toekomst zonder onderzoek met apen. Begin 2017 publiceerde het Rathenau Instituut het rapport 'Van aap naar beter - Een verkenning en dialoog over proeven met apen'.

Op 1 juni jl. reageerde minister Ingrid van Engelshoven van OCW met een brief naar de Tweede Kamer op het rapport. Zij deelt namens het kabinet de wens om zo snel mogelijk te stoppen met proeven op apen, op een manier die veilig is voor de volksgezondheid.

Onderzoek met apen

Bijna alle apen voor dierexperimenteel onderzoek in Nederland worden gehuisvest in het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk. De grootte van de apenkolonie - bestaande uit resusapen, Java-apen en marmoset apen -, ligt rond de 1500 dieren, waarvan er ieder jaar circa 200-250 voor experimenten worden gebruikt. In 2015 werd het merendeel van de apen in experimenten (59 procent) hier ingezet voor toegepast translationeel onderzoek (vooral ontwikkeing vaccins en geneesmiddelen) en 41 procent voor fundamenteel onderzoek (onderzoek naar de hersenen, het immuunsysteem en virale infecties).

Op twee andere plekken worden apen gehouden voor wetenschappelijk onderzoek: het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam (16 apen in verblijf, 6 proeven met resusapen in 2015) en het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam waar vooral infectieziektenonderzoek plaatsvindt (21 proeven met Java-apen in 2015). De Radboud Universiteit in Nijmegen heeft in december 2016 alle experimenten met apen beëindigd (en had 3 proeven met apen in 2015).

Wet op de dierproeven (Wod)

Het Rathenau Instituut constateert dat er de afgelopen jaren al veel stappen zijn gezet om het aantal proeven op apen te verminderen. Sinds 1997 geldt een verbod op het gebruik van dieren bij het testen van cosmetische producten. En sinds 2002 zijn proeven op mensapen verboden. Het wetenschappelijk onderzoek met apen dat op dit moment in Nederland plaatsvindt, is aan strikte regels gebonden. Deze regels zijn vaak strenger dan wat in de Europese richtlijn (2010/63/EU) is bepaald. In de Wet op de dierproeven (Wod) is vastgelegd dat apen alleen gebruikt mogen worden in het geval van gezondheid ondermijnende of mogelijk levensbedreigende ziekten bij de mens, en alleen wanneer er geen alternatieven of andere diersoorten beschikbaar zijn om het onderzoek mee uit te voeren.

Proefdiervrije innovaties

Uit de verkenning blijkt verder dat het op basis van de beschikbare gegevens niet is af te leiden welk type onderzoek op apen nog noodzakelijk is om acute dreigingen voor de volksgezondheid tegen te gaan. Wat betreft de beschikbaarheid van alternatieven geeft het instituut aan dat technologische ontwikkelingen het in toenemende mate mogelijk maken om minder proefdieren te gebruiken of dierproeven in zijn geheel te vervangen. In de praktijk zien we al mooie voorbeelden, bijvoorbeeld de organ on a chip-technologie of het gebruik van big data en computersimulaties. Tegelijkertijd is het op dit moment nog niet mogelijk om proeven op apen één op één te vervangen door een alternatief model.

Vermindering aantal proeven

In haar brief geeft de minister haar visie met betrekking tot de toekomst van het BPRC. Daarbij maakt ze tevens gebruik van de conclusies van het rapport van het SCHEER-comité (Scientific Committee on Health, Environmental and Emerging Risks), dat van de Europese Commissie opdracht heeft gekregen te bezien of proeven met niet-humane primaten nog nodig zijn. Financiële gevolgen van verschillende toekomstscenario’s voor het BPRC zijn ook onderzocht.

De minister heeft het BPRC opdracht gegeven om een plan van aanpak te ontwikkelen om het aantal proeven met apen zo snel als redelijkerwijs mogelijk is te verminderen met veertig procent.

(Bron foto: Rhesus monkey-Pixabay)