Potvis_Wikimedia

Nieuws

Potvissen gestrand op Texel: protocol in werking

Gepubliceerd op
15 januari 2016

Afgelopen dinsdag zijn er vijf potvissen gestrand op Texel. Bij de stranding is gehandeld volgens het ‘Protocol stranding levende grote walvisachtigen’ dat sinds 2013 in werking is.

Protocol stranding levende grote walvisachtigen

Het 'Protocol stranding levende grote walvisachtigen’ heeft betrekking op de volgende situaties: Stranding van een levende baleinwalvis (ongeacht de grootte); en stranding van een tandwalvis of ander walvisachtige groter dan 3 meter. Voor dit protocol wordt stranding gedefinieerd als de situatie waarin een grote walvis terecht is gekomen, waarbij het niet meer zelfstandig terug in dieper water kan komen. Het protocol heeft alleen betrekking op levend gestrande walvissen.

Een team van deskundigen werkt samen bij de reddingsactie. In een deskundigenteam zitten: een dierenarts met kennis van grote zeezoogdieren, een wetenschapper (zeebioloog) en vertegenwoordigers van de opvangcentra voor zeezoogdieren. Zij doen dit samen met medewerkers van Rijkswaterstaat, een bergingsbedrijf, gemeente en politie.

Voor dode aangespoelde dieren bestaat het protocol 'Samenwerkingsregeling Bestrijding Kustverontreiniging' van mei 2007 voor Rijkswaterstaatdiensten.

Reddingspogingen

Een belangrijk element van het 'Protocol stranding levende grote walvisachtigen' is dat een reddingsactie geen zin meer heeft als een levende walvis al 12 uur op het strand ligt. Langdurige tijd op het strand liggen is fataal bij grote walvissen. Nog geheel los van de onderliggende oorzaak van de stranding, treedt er door het liggen op het strand zeer snel uitgebreide spierschade (myopathie) op. Deze schade is vervolgens in korte tijd dusdanig ernstig dat het dier niet meer zal kunnen zwemmen en sowieso zal sterven. Een in zee teruggeduwd dier zal dan verdrinken. In de literatuur wordt een grens van maximaal 12 uur verblijf op het strand aangegeven waarna alleen al de spierschade onherstelbaar groot is en fataal zal aflopen. Om de reddingskans van het dier zo groot mogelijk te maken, rekening houdend met de getijden en het welzijn van het dier wordt de grens waarop een reddingspoging geslaagd dient te zijn op 12 uur gesteld, vanaf het moment van de vastgestelde strandingstijd. Deze 12 uur geldt voor een walvisachtige waarbij zijn lichaam gedurende deze periode niet waterdragend is geweest. Het stervensproces van het gestrandde dier kan een langdurig verloop hebben, tot 7 dagen is beschreven. De bultrug die in 2012 op de Razende Bol strandde stierf na vier dagen. Uit het oogpunt van dierenwelzijn is het goed om het dier dan eerder uit zijn lijden te verlossen en euthanasie toe te passen.

Potvissen aangespoeld

Dinsdagmiddag 12 januari jl. ontving het Ministerie van Economische Zaken de melding dat er vijf potvissen waren gestrand op Texel. Het betrof vijf jonge potvissen. Conform het 'Protocol stranding levende grote walvisachtigen' is door het ministerie een team van deskundigen ingeschakeld. Deskundigen van Ecomare en SOS Dolfijn zijn ter plaatse gegaan en de waarnemend burgemeester van Texel heeft maatregelen getroffen om het gebied af te schermen. Rijkswaterstaat was ook ter plaatse om bijstand te verlenen. Dinsdagavond bleek het onmogelijk en onveilig om de potvissen te redden, mede vanwege de slechte weersomstandigheden. Vroeg in de woensdagochtend is door de aanwezige leden van het deskundigenteam en een dierenarts ter plaatse geconstateerd dat de vijf potvissen waren overleden.

In de loop van woensdagochtend zijn onderzoekers van de Universiteit van Utrecht een onderzoek gestart om de doodsoorzaak vast te stellen en de mogelijke redenen waarom de potvissen zijn gestrand te achterhalen. Rijkswaterstaat draagt, in samenwerking met Universiteit van Utrecht en Naturalis, zorg voor de verwijdering van de dieren. Daarmee is vandaag begonnen. Ondertussen blijven er nog meer potvissen aanspoelen, waaronder ook in Duitsland.

(Bron foto: Gabriel Barathieu-Wikimedia)