Nieuws

RDA: Zorg voor het jonge dier

Gepubliceerd op
27 januari 2021

De sterfte van jonge dieren, zoals biggen, kalveren, lammeren, kuikens, kittens en puppy’s kan worden teruggedrongen, al zal het nooit helemaal tot nul kunnen worden teruggebracht. Dit stelt de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) in de zienswijze ‘Zorg voor het jonge dier – naar meer aandacht voor het individuele dier en minder sterfte’.

De zienswijze, opgesteld op verzoek van Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, gaat in op de maatschappelijke context van de zorg voor jonge dieren, doelstellingen en cijfers in diverse sectoren, het handelingsperspectief voor de (vee)houder en de mogelijkheid tot benchmarken.

Inzicht in verzorgings- en sterftecijfers

De RDA adviseert dierhouders om verzorgings- en sterftecijfers bij te houden van productie-, gezelschaps- en hobbydieren om daarmee een benchmark - een onderlinge vergelijking - op te zetten. Op die manier kunnen de oorzaken van sterfte beter worden gepreciseerd en aangepakt. Er zijn aanzienlijke mogelijkheden om vooruitgang te boeken als er goed wordt samengewerkt en het ministerie de dierhouders helpt met het verfijnen van de benchmark.

Keteninitiatieven

De Raad adviseert de minister daarnaast met dierhouders, maatschappelijke organisaties, fokkerijen, dierenartsen, diervoederfabrikanten en eindafnemers van dieren en producten daarvan, zoals supermarkten en dierenwinkels, in gesprek te gaan over de verdere aanpak. Het doel is elkaar te helpen om vroegtijdige sterfte (de periode voor, tijdens en kort na de geboorte) zoveel mogelijk te vermijden. Door beter inzicht in kritische fases en risico’s waarmee jonge dieren te maken kunnen krijgen en gegevens hiervan onderling te vergelijken, is vervolgens een dialoog mogelijk over welke maatregelen de zorg voor jonge dieren kan verbeteren en welke mate van sterfte dan nog acceptabel is.

(Bron foto: kittens-Doris Metternich via Pixabay)