Blogpost

Recht doen aan dieren?

Gepubliceerd op
28 september 2012

In een ‘wetenschappelijk’ rapport vond ik een uiterst bedenkelijke stelling: “Dieren die leven in de natuurlijke omgeving zijn daaraan aangepast (survival of the fittest). De niet-aangepaste dieren hebben het niet gered (door natuurlijke selectie).”

Die stelling werd geponeerd om te beweren dat ‘het leven in de natuur’, en dan met name het gedrag van dieren in de natuur, de standaard en de norm is (zou moeten zijn) voor de wijze waarop mensen dieren mogen houden.

Op zich klinkt die stelling ‘heel logisch’, ze sluit in ieder geval aan bij wat de meeste mensen menen te weten van het leven in de natuur. Maar ja, het gaat hier wèl om wetenschappers. En het staat wèl in een rapport (in opdracht van de overheid) dat vergaande gevolgen heeft voor de toekomst van de houderij van gezelschapsdieren in Nederland. Dat een gedreven dierenactivist met een wat al te beperkte biologische kennis in het vuur van zijn betoog op deze wijze uitglijdt, nou ja, het zij zo. Maar dat dit zonder enige terughoudendheid door wetenschappers wordt beweerd, dat overschrijdt de grenzen van het betamelijke. Dat vraagt niet alleen, dat smeekt zelfs om een reactie.

Het gesprek over ‘recht doen aan dieren’ lijkt steeds minder te gaan over hoe dieren hun leefomstandigheden beleven. In plaats daarvan komen er ‘meningen’ en ‘politieke overtuigingen’. En daarbij worden dan weer ‘bewijzende’ argumenten gezocht, de logisch klinkende redeneringen die de toehoorder moeten overtuigen. Zo gaat dat nu eenmaal bij het lobbyen voor ‘visies’. Dat is een heel ander speelveldje dan dat waarin de wetenschap zich hoort te bewegen. Daar zou het om integere wetenschappelijke afwegingen moeten gaan, niet om eigen opvattingen of om door de opdrachtgever gewenste uitkomsten.

Misschien moesten we eerst maar eens wat ordening brengen in onze verwarring over feiten en fictie. Er is veel dat we kunnen leren uit de reacties en de gedragingen van gehouden dieren. Daarnaast zijn er te veel bedenksels van mensen over wat die dieren ‘misschien wel’ zouden kunnen ervaren. Die lijken wat minder relevant voor de realiteit van onze dieren. De dierenwelzijnsdiscussie ging toch over ‘recht doen aan dieren’? Toch niet over veronderstellingen van mensen of over hun politieke idealen en ambities?