Integrale risicoanalyse pluimveevleesketen_NVWA

Nieuws

Risico's voedselveiligheid en dierenwelzijn in pluimveevleesketen

Gepubliceerd op
29 maart 2018

De regels voor dierenwelzijn en voedselveiligheid worden nog onvoldoende nageleefd in de pluimveevleesketen. Dat concludeert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) na een integrale risicoanalyse van de keten.

Om de risico’s voor mensen en dieren verder te beperken is een integrale aanpak van ketenpartijen, beleidsmakers en de NVWA nodig. De NVWA pleit daarbij voor een stevige private ketenborging en blijft gericht handhaven.

Integrale Risicoanalyse (IRA)

De NVWA brengt voor alle relevante productieketens de risico’s voor de voedselveiligheid, dierenwelzijn en diergezondheid in kaart door middel van een Integrale Risicoanalyse (IRA). Het primaire doel van een IRA is het richten van het NVWA-toezicht op de grootste risico’s in een keten. Een IRA geeft een integraal beeld van de risico’s in een keten, en de beheersing daarvan, gebaseerd op gegevens uit voorgaande jaren. Een IRA geeft aan waar de risico’s zitten en waar maatregelen door zowel de ketenpartners, het toezicht als het beleid nodig zijn. In augustus 2017 is de eerste IRA, namelijk die voor de zuivelketen, uitgebracht.

In de IRA pluimveevleesketen zijn de risicobeoordeling van het onafhankelijke Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek van de NVWA (BuRO), het fraudebeeld van de Inlichtingen- en Opsporingsdienst (NVWA-IOD) en de uitkomsten van de inspecties en keuringen van de NVWA samengebracht.

Belangrijkste risico's

Wat dierenwelzijn betreft ziet de NVWA bij inspecties op ouderdierbedrijven nog te vaak dat dieren onvoldoende voer, drinkwater of zitstokken hebben. Bij 126 vleeskuikenbedrijven (19% van het totaal) werden ernstige, herhaalde of veel tekortkomingen geconstateerd in de naleving van dierenwelzijnsregels. Veel voorkomende tekortkomingen zijn overbezetting en tekort aan droog strooisel in de stallen. Hierdoor hebben dieren sneller last van pijnlijke zweren aan de poten (voetzoollaesies). Dieren lopen tijdens het vangen en transport ernstige kans op letsel. Eenmaal op het slachthuis vormt het niet goed bedwelmen van de dieren het grootste risico voor het welzijn van het pluimvee.

Op het gebied van voedselveiligheid is de aanwezigheid van Campylobacter en Salmonella een duidelijk risico in meerdere ketenschakels. Consumenten kunnen weliswaar besmetting met deze bacteriën voorkomen door hygiënisch te werken en vlees door en door te verhitten, maar het voorkomen van besmetting van kippenvlees blijft belangrijk. De NVWA ziet bij inspecties dat pluimveehouders de regels voor het gebruiken van antibiotica over het algemeen voldoende naleven. Tegelijkertijd ziet de NVWA echter verschillende vormen van niet toegestaan gebruik van antibiotica.

Handhaving en samenwerking

De NVWA roept de ketenpartijen nadrukkelijk op hun aandeel te leveren in de beheersing van de risico’s. Bijvoorbeeld via het versterken van de private ketenborging. Ondernemers zijn immers primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten en de naleving van de regels voor dierenwelzijn. De NVWA ziet ook een belangrijke rol voor het beleid, bijvoorbeeld als het gaat om het vraagstuk van de normstelling voor voetzoollaesies. De NVWA is toezichthouder en zet daarom in op stevige handhaving en innovatieve handhavingsmethodes om de risicobeheersing in de keten verder te verbeteren.

(Bron foto: Integrale risicoanalyse pluimveevleesketen_NVWA)