Nieuws

Verbeteren dierenwelzijn onlosmakelijk verbonden met verduurzaming veehouderij

Gepubliceerd op
31 oktober 2020

De verschillende veehouderijsectoren hebben verduurzamingsplannen opgesteld die nu uitgevoerd worden. Gezonde dieren en een goed welzijn zijn hier onlosmakelijk mee verbonden. De voortgang en welke stappen hierin worden gezet bespreekt Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in twee brieven aan de Tweede Kamer.

Verzamelbrief dierenwelzijn landbouwhuisdieren

In de brief over dierenwelzijn van 4 oktober 2018 aan de Tweede Kamer heeft de Minister haar ambities op het gebied van dierenwelzijn gedeeld. In een brief over welzijn landbouwhuisdieren van 23 oktober 2020 wordt ingegaan op de manier waarop dierenwelzijn in het brede kader van de verduurzaming van de veehouderij wordt opgepakt en op het internationale beleid op dierenwelzijn. De uitwerking van de visie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 'Waardevol en verbonden', waar dierenwelzijn een van de negen toetsstenen in de meetlat is, vormt de kapstok van het beleid. In de oktober brief wordt nader ingegaan op:

  • Verschillende onderwerpen met betrekking tot het transport van productiedieren: het beleid op het transport van productiedieren is dat dieren korter en minder vervoerd zullen gaan worden, dat de condities tijdens diertransporten verder verbeterd worden en dat de regels hieromtrent adequaat worden gehandhaafd.
  • Resultaten van de genomen maatregelen om de gevolgen van hitte voor dieren te beperken: over het algemeen blijkt dat de regels voor het vervoeren van dieren en de afspraken die in het Nationaal Plan veetransport bij extreme temperaturen zijn gemaakt, de afgelopen hitteperiode goed zijn nageleefd. Volgens de Minister moet het Nationaal Plan worden doorgezet, met een brede vertegenwoordiging van relevante sectoren. Enkele aspecten moeten nog worden verbeterd.
  • De zorg voor jonge dieren: met de melkvee-, varkens- en melkgeitensectoren wordt voor de zorg van jonge dieren een (integrale) benchmarksystematiek opgezet waar sterfte nadrukkelijk onderdeel van uitmaakt. Een in dit kader uitgevoerde literatuurstudie van Wageningen Livestock Research over vroege sterfte van biggen, kalveren en melkgeitenlammeren dient als een van de uitgangspunten voor verdere stappen.
  • Verdere inzet van de Mobiele Dodings Unit (MDU): met de MDU wordt ongerief van dieren tijdens transport van veebedrijven naar het slachthuis vermeden. Uit recente analyse is gebleken dat toepassing van en handhaving op zowel geldende als aankomende regelgeving leidt tot verkleining van risico’s rondom voedselveiligheid, dierenwelzijn en diergezondheid. Het besluit om initiatieven als MDU toe te staan wordt op Europees niveau genomen.
  • Stappen die gezet zijn ten aanzien van ingrepen bij dieren: de Minister heeft met de varkenssector een einddatum vastgesteld voor het couperen van biggenstaarten in 2030. Vanaf 1 juni 2019 is er een verbod op vriesbranden (koudmerken) bij rundvee.
  • Vogelmijt bij pluimvee: Het project 'Aanpak van vogelmijt bij pluimvee' heeft veel inzicht gegeven in de actuele situatie op bedrijven en de effecten van de door de pluimveehouders genomen maatregelen tegen het zeer hardnekkige probleem van de vogelmijt. Inmiddels is door betrokken partners een vervolgtraject gestart voor een brede toepassing van de Integrated Pest Management (IPM) methodiek in de praktijk.

Voortgangsrapportage programma duurzame veehouderij

In een brief van 22 oktober 2020 over de voortgangsrapportage van het ‘Programma duurzame veehouderij’ stelt Minister Schouten dat de Nederlandse veehouderij hard werkt aan verdere verduurzaming. Door de inzet van experimenteerruimte en subsidies krijgen partijen met duurzame ambities daar ruimte en geld voor. De verduurzamingsplannen vanuit de verschillende dierlijke sectoren tonen de bereidheid vanuit ondernemers. Zo werken veehouders aan benchmarks voor dierenwelzijn, diergezondheid en een biodiversiteitsmonitor. Afzetkanalen spannen zich in om, zowel nationaal als internationaal, het marktaandeel van duurzame dierlijke producten te vergroten. Ook liggen er plannen uit de relatief nieuwe insectensector om bij te dragen aan kringlooplandbouw via dierlijke eiwitten voor veevoer. De verschillende veehouderijsectoren hebben verduurzamingsplannen opgesteld die nu uitgevoerd worden:

  • Binnen de melkveehouderij werken ondernemers via de Duurzame Zuivelketen (DZK) aan verdienvermogen, klimaat, biodiversiteit, grondgebondenheid, weidegang, diergezondheid, dierenwelzijn en veiligheid op het boerenerf.
  • De varkenssector werkt vanuit de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij (CoViVa) aan een plan voor de hele sector om o.a. via het verbeteren van de mestketen de ‘carbon footprint’ van varkensvlees te verlagen. Ook dierenwelzijn en diergezondheid zijn door middel van minder antibioticagebruik, bigvitaliteit, stoppen met castreren en het couperen van staarten onderdeel van de plannen.
  • De pluimveesector legt de focus op circulariteit, dierenwelzijn en vermindering van emissies. Er lopen momenteel verschillende trajecten om pluimveehouders handvatten te bieden ter verlaging van de uitstoot.
  • Voor de kalversector neemt minister Schouten zelf maatregelen. Zo zet zij zich in om langeafstand transporten (> 8 uur) binnen Europees verband tegen te gaan. Ook komt er een scenariostudie om te achterhalen waar meer mogelijkheden ter verduurzaming van de sector liggen.
  • Voor de geitenhouderij liggen er o.a. uitdagingen bij de zorg voor jonge dieren. Via benchmarks kunnen geitenhouders van elkaar leren met als doel om het sterftecijfer van jonge geiten te laten dalen.

(Bron foto: WUR)