Blogpost

Vrij als een vogel?

Gepubliceerd op
29 januari 2010

Klapwiekend ga je door de lucht, vrij als een vogel, maar dan……… je wordt gevangen, geringd of uitgerust met een zender.

Ineens maak je deel uit van een veldbiologisch onderzoek. En als je handelingen moet ondergaan die volgens de Nederlandse wetgeving dierproeven zijn ben je dus ook een proefdier. De Wet op de dierproeven (Wod) is een wet ter bescherming van het individuele dier. Wat voor bescherming krijgt je als vogel dan? Heb je daar als vogel wel wat aan? Het antwoord is gelukkig ja! De onderzoeker moet namelijk in zijn onderzoeksplan precies aangeven wat hij met je gaat doen en hoe hij probeert het ongerief voor je te verminderen. Ook moet hij bekwaam en bevoegd zijn (volgens de Wod) om handelingen aan je uit te mogen voeren. Dat is een hele geruststelling.

Jammer is wel dat het soms oneerlijk verdeeld lijkt. Of je als vogel wel of niet beschermd wordt door de Wod niet zozeer bepaald of je wel of geen ongerief zal ondervinden van het experiment maar of je een invasieve handeling moet ondergaan.  Hierin verschilt de definitie van een dierproef voor experimenten met dieren in het veld van experimenten met gehouden dieren.

Kortweg gezegd is volgens de Wod een dierproef: een handeling aan een levend gewerveld dier, met kans op opgerief voor het dier, waarbij de handeling voor een van de Wod genoemde doelen is. Voor een dierproef in het veld wordt hieraan toegevoegd dat de handeling invasief moet zijn. Dus vangen, bijvoorbeeld met netten, fixeren en ringen is geen dierproef, maar vangen, fixeren en een druppeltje bloed afnemen wel. In het laatste voorbeeld wordt  je als vogel beschermd door de Wod en moet de onderzoeker dus bevoegd en bekwaam zijn.

Hoe dan ook met een beetje geluk ga je na afloop van het experiment weer vrij als een vogel klapwiekend door de lucht. Geen weet van je bijdrage aan het onderzoek en daarmee aan het welzijn van je soortgenoten en dankzij de goede regels hopelijk met minimale last van ring of zender.