Rashond, foto: Pixabay

Nieuws

Ziekelijke schoonheid binnen de rashondenfokkerij

Gepubliceerd op
31 mei 2013

Veel rashonden kampen met ernstige gezondheidsproblemen. Maar wie is hier nou eigenlijk verantwoordelijk voor en hoe kan het probleem worden opgelost?

Het Lectoraat Welzijn van Dieren van Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden organiseerde een Studium Generale (SG) over dit onderwerp. Dit derde SG van het schooljaar 2012-2013 werd 15 mei jl. gehouden. Het fokken op (extreme) uiterlijke kenmerken bij rashonden en de daaruit volgende welzijns- en gezondheidsproblemen leeft bij veel mensen, zo bleek uit de ruime belangstelling van zowel studenten als externe belangstellenden, en uit de levendige discussie die volgde op de voordrachten van vier sprekers. Susan Ophorst, docent aan Van Hall Larenstein, was dagvoorzitter.

Overgetypeerd pedomorfisme

De eerste spreker was prof. dr. Freek van Sluijs, lange tijd verbonden geweest aan de Universiteit Utrecht en nu emeritus hoogleraar chirurgie van gezelschapsdieren. Van Sluijs sprak over pedomorfisme. Pedomorfisme is het behoud van jeugdige kenmerken in het volwassen individu. Pedomorfisme is niet schadelijk, over getypeerd pedomorfisme is dat wel. Denk aan de Cavalier King Charles spaniël en de Engelse buldog. Van Sluijs kaartte aan dat het niet eenvoudig is om de rashondenproblematiek op te lossen, want de relatie tussen mens en dier wordt in hoge mate bepaald door emoties. Dat geldt ook voor de keuze van een bepaald ras. Ook al zijn de dieren nog zo ongezond, er zijn altijd kopers die ze vanwege hun uiterlijk of karakter willen aanschaffen. Soms uit onwetendheid, maar ook vaak tegen beter weten in. Liefde maakt dus blind?

Voorlichting haalt niks uit

Erfelijke afwijkingen komen in alle (dier)soorten meestal hooguit in enkele procenten voor, maar bij rashonden is dat méér dan 40% stelde ir. Ed Gubbels, als geneticus en fokkerijspecialist verbonden aan de stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit. De consument de schuld geven voor het aanhouden van de problematiek is oneerlijk, deze kan het niet beoordelen want hij kiest vanuit emotie, hij ‘valt’ voor een ras en overziet de consequenties nauwelijks. Voorlichting haalt daarom niet veel uit; want naast het feit dat emotie het belangrijkste keuzemotief is, begrijpen de meeste kopers de in vaktermen gegeven voorlichting niet. Gubbels sluit niet af met een mogelijke oplossing, maar met een stap in de goede richting: het opnemen van artikel 19 in het nieuwe ‘Besluit houders van dieren’. Hiermee worden álle fokkers (dus ook de 95% hobbyfokkers) verplicht gesteld om welzijnsproblemen te voorkomen.

Look-a-likes

Het woord is aan dr. drs. Ingeborg de Wolf, directeur van de Raad van Beheer (RvB) op Kynologisch Gebied en in die functie onder andere belast met het behartigen van de belangen van de fokkers. Mw. De Wolf legt de nadruk op het feit dat de RvB uitsluitend de gezondheid en welzijn van rashonden wil bevorderen en dat in het vervolg dit ook leidend moet zijn in het fokdoel dat de verschillende fokkerijen zichzelf stellen, maar wat ook op shows centraal moet komen te staan. Lastig is, dat de RvB zeer voorzichtig moet zijn in haar beleid en geen rigoureuze stappen kan nemen, omdat zij alleen invloed heeft op de rashonden. Wanneer fokkers besluiten dat het beleid hen niet past, bestaat er een kans dat zij voor de ‘Look-a-likes’ kiezen en buiten de RvB om gaan werken, waarmee er geen invloed meer op hen kan worden uitgeoefend. Momenteel wordt er gewerkt aan het opzetten van een DNA databank, waarmee niet alleen directe inteelt, maar ook inteelt die verder weg zit kan worden zichtbaar gemaakt. Mw. De Wolf sluit af met het feit dat Nederland de World Dogshow 2018 heeft binnengehaald, wat een grote kans kan zijn om te laten zien hoe men verantwoord fokt.

Verbeteringen door beleid

Mr. Ing. Iaira Boissevain, oud studente DM en inmiddels Advocaat Praktisch Dierenrecht sluit de middag af. Zij constateert dat er een verschil is tussen fokdoel en wens consument, dit is een belangrijke oorzaak van het probleem met erfelijke gebreken binnen de rashondenfokkerij. Het enige wat de consument wil is een gezonde, leuke hond, waarbij wellicht kleine kleurfouten niet uitmaken. Al sinds 1985 is de erfelijke problematiek bij rashonden bekend, maar ook de GWWD (1995) was/is te weinig dwingend. Boissevain haalt de nieuwe Wet Dieren en het ‘Besluit gezelschapsdieren’ aan, maar zij geeft, net als Gubbels, aan dat hierin meer gestuurd moet worden op de fokkerij. Om dit besluit ook voor de hobbyfokkers te laten gelden, geeft zij aan dat de criteria voor ‘bedrijfsmatig’ wellicht moeten worden aangepast. Een geheel ander probleem wat zich voordoet is dan tenslotte de handhaving. Boissevain sluit af met het feit dat alleen de tijd zal leren of dit nieuwe besluit al dan niet positieve gevolgen heeft voor de rashondenfokkerij.


(Bron foto: Wikimedia, Remigiusz Józefowicz)