Koe en kalf_Veeteelt

Nieuws

Zorgen over vroegtijdige scheiding van melkkoe en kalf

Gepubliceerd op
13 april 2016

Vroegtijdige scheiding van melkkoe en kalf roept in de samenleving in toenemende mate vragen op over de effecten daarvan op dierenwelzijn. Het lectoraat Welzijn van Dieren van Van Hall Larenstein heeft de stand van zaken rond deze kwestie in kaart gebracht en geeft aanbevelingen.

Dit is gedaan op basis van wetenschappelijke kennis en evaluatie van de gangbare praktijk. Hierop is gereflecteerd door praktijkdeskundigen, onderzoekers en melkveehouders. Nieuwsuur besteedde gisteren ook aandacht aan dit onderwerp.

Natuur van de koe

Onder natuurlijke omstandigheden zijn kalveren vooral op hun moeder aangewezen voor de opname van biest (later melk) en de bescherming tegen predatoren. Bij runderen is het kalf bij de geboorte relatief goed ontwikkeld. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld primaten, waaronder de mens. Koeien onderhouden van nature letterlijk een relatief afstandelijke relatie met hun kalf. Nadat het kalf in afzondering is geboren, ontstaat tussen koe en kalf een exclusieve band en na circa 5 dagen voegen zij zich bij de kudde. Het kalf trekt daarin vooral op met leeftijdsgenoten ('Kindergarten'), terwijl een 'oppasmoeder' de wacht houdt. Enkele keren per dag zoekt het kalf de koe op om te drinken.

Gevolgen vroegtijdige scheiding

Indien het kalf vroegtijdig van de koe wordt gescheiden en daarna buiten het zicht en het gehoor van de koe wordt gehuisvest, ontstaat er geen hechte band en blijft de stress als gevolg van vroegtijdige scheiding in de meeste gevallen achterwege. Rond de geboorte wordt maternaal gedrag (moederzorg) bij zoogdieren aangestuurd door hormonale, neuro-endocrine en mechanische factoren. Nadat het jong geboren is, wordt maternaal gedrag vervolgens in stand gehouden door prikkels van het jong. Indien deze prikkels ontbreken, dooft maternaal gedrag relatief snel uit. Dit geldt ook voor runderen. Melkkoeien zijn bovendien als gevolg van domesticatie, selectie en het ontbreken van ervaring met het grootbrengen van kalveren, minder gevoelig geworden voor de prikkels van het kalf. De verminderde gevoeligheid van melkkoeien voor prikkels van het kalf betekent niet dat koeien hiervoor gevoelloos zijn of dit gevoel niet verder zouden kunnen ontwikkelen. In die zin kan het langer bij elkaar houden van koe en kalf de kwaliteit van hun leven verbeteren, mits de voordelen voor beiden aantoonbaar groter zijn dan de nadelen.

Standpunt melkveehouders

Voor de gangbare melkveehouderij is het weken of maanden bij elkaar houden van koe en kalf niet realistisch. Ligboxenstallen lijken concrete risico's op te leveren voor kalveren, temeer omdat deze stallen voor volwassen dieren zijn ontworpen. Tegelijkertijd is er geen duidelijkheid over de lange termijn gevolgen van het bij elkaar houden van koe en kalf. Uit een enquête onder 534 melkveehouders blijkt dat een meerderheid (85%) van melkveehouders vindt dat het laten ontstaan van een band tussen koe en kalf slecht te verenigen is met een efficiënte bedrijfsvoering. De meerderheid van melkveehouders (61%) zegt begrip te hebben voor het intuïtieve standpunt van burgers dat vroegtijdige scheiding van koe en kalf onnatuurlijk is. Een deel van de melkveehouders ontleent daar zelf ook de motivatie aan om het kalf 1 à 2 dagen bij de koe te houden. Indien consumenten willen dat het kalf langer bij de koe blijft vindt 65% dat de consument daarvan dan ook de meerkosten moet betalen. Voor biologische melkveehouders biedt het langer bij de koe houden van het kalf mogelijk kansen.

Kennisbehoefte en aanbevelingen

Uit het onderzoek komt het belang van goede communicatie, scholing en voorlichting naar voren, gekoppeld aan transparantie, analyse en uitwisseling van diergerichte en bedrijfsgebonden informatie tussen de verschillende actoren in de keten. Aanbevelingen:

  • Stimuleer onderzoek dat gericht is op werkbare systemen waarin koe en kalf langer bij elkaar worden gehouden en die aantoonbaar op de lange termijn, voordelen bieden voor koe en kalf;
  • Differentieer melkstromen opdat de meerwaarde van het bij de koe houden van het kalf via marktwerking kan worden verzilverd;
  • Monitor en analyseer de variatie in kalversterfte tussen bedrijven en integreer in nauwe samenwerking met de veehouders gericht advies in bedrijfsgezondsheidsplannen;
  • Maak op basis van feiten melkveehouders bewust van hun prestaties. Beloon goede prestaties en tref maatregelen bij veehouders die onderpresteren;
  • Communiceer proactief en strategisch naar de samenleving over de afwegingen die je als duurzame zuivelketen en als melkveehouder maakt en laat zien dat de zorg voor het kalf hoge prioriteit heeft.

(Bron foto: Veeteelt)