Nieuws

Voorkom paratuberculose met biestmelkbehandeling

Gepubliceerd op
7 maart 2020

Kalveren tot ongeveer een jaar oud zijn gevoelig voor besmetting met de bacterie die paratuberculose veroorzaakt, een ongeneeslijke darminfectie. Besmetting is te voorkomen door biestmelk te behandelen.

Een kleine 2% van de Vlaamse koeien scoort positief op paratuberculose, schrijft vakblad Boer&Tuinder. Die ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis, kortweg MAP. Tegen deze ziekte bestaat geen remedie. De enige methode om de ziekte een halt toe te roepen, is te voorkomen dat kalveren besmet raken. Dat kan door biestmelk te behandelen. In een artikel gaat het vakblad in op twee methoden om die biestmelk - of colostrum - te behandelen.

Paratuberculose

Paratuberculose is een lastig aan te pakken ziekte omdat niet alle besmette dieren ziekteverschijnselen vertonen. Toch kunnen besmette dieren 10 jaar lang de ziekteveroorzakende bacteriën uitscheiden in hun melk en mest. Dieren die wel ziekteverschijnselen vertonen geven minder melk, krijgen chronische diarree of vermageren sterk. Ze kunnen er aan overlijden. De ziekte kan zo dus zorgen voor bedrijfseconomische schade. Uit een onderzoek blijkt dat voor een besmet bedrijf met zo'n 50 melkkoeien de schade ongeveer 6000 euro per jaar kan bedragen.

Kalveren kunnen al voor de geboorte besmet raken via de baarmoeder of via besmet sperma. Jonge dieren kunnen besmet raken via de stalomgeving (mest, stof en aërosols) en door water, voeding en biestmelk. Toch is die biest essentieel voor kalveren. Er zitten belangrijke afweerstoffen zoals immunoglobulineG (IgG) in.

Stremming

Door biestmelk vrij van MAP-cellen (de paratuberculose-bacteriën) te maken, kun je besmetting beperken. Daarvoor is een eenvoudige methode ontwikkeld. Na het stremmen van biestmelk blijken de essentiële afweerstoffen vooral in de wei te zitten, terwijl de MAP-cellen juist in de wrongel zitten. Als je na een stremmingsproces wei en wrongel scheidt, en die wei aan kalveren voert, kun je besmetting voorkomen. In die wei is zo'n 90% van de MAP-cellen verdwenen. Dat is voldoende om besmetting van kalveren te voorkomen, aldus het vakblad.

Een andere methode is het centrifugeren van de wei waardoor de MAP-cellen neerslaan. Het vakblad gaat in het artikel in op dit proces. Door centrifugatie kun je mogelijk ook besmetting met salmonella, rundertuberculose (Mycobacterium bovis) en Escherichia coli beperken.

(Bron foto: Petr Kratochvil via PublicDomainPictures)