Foto: vhgs.be

Dossier

Blauwtong

In augustus 2006 dook het blauwtongvirus voor het eerst op bij een bedrijf in het Limburgse Nuth. Tot dan toe kwam het virus alleen voor in Afrika en Zuid-Europa. Het virus wordt overgebracht door knutten (muggen). Deze knutten bleken de Nederlandse winter te kunnen overleven. Mogelijk dat de zachte winter van 2006/2007 een rol heeft gespeeld. Het virus heeft zich daarna over heel Nederland verspreid.

Verspreiding van het virus

Het virus heeft knutten nodig om zich te kunnen verspreiden. Zodra een knut (Culicoides sp.) een besmet dier heeft gestoken, wordt de knut drager en verspreider van het virus. Een besmette knut is na twee weken voldoende sterk om andere dieren te besmetten. Ook de eieren van de knutten kunnen besmet zijn. Hierdoor is de ziekte lastig te bestrijden.

Knutten zijn ook de overdragers van het Schmallenbergvirus dat bij schapen, geiten en runderen voorkomt.

Gevolgen

Bij runderen zijn de gevolgen van blauwtong meestal minder ernstig dan bij schapen. In 2006 besmette het virus voornamelijk runderen, terwijl in 2007 veel meer schapen zijn besmet. Er overleden dan ook duidelijk meer schapen in 2007, zo meldde Rendac (destructiebedrijf voor dieren).

Vaccin

Inmiddels zijn er vaccins in ontwikkeld om dieren te vaccineren. In 2009 heeft dit er toe geleid dat er geen nieuwe besmettingen meer zijn vastgesteld. Sinds februari 2012 is Nederland officieel vrij van blauwtong. Het vaccineren vindt plaats in het voorjaar.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Laatste wijziging aan dit dossier:

2 mei 2018

Foto: www.vhgs.be