Dossier

Mestbewerking

Met ruim 12 miljoen varkens en 4 miljoen stuks rundvee (peildatum januari 2011) is de intensieve veeteelt in Nederland sterk vertegenwoordigd. Om dit mogelijk te maken en mogelijk te houden dient er rekening gehouden te worden met natuur, milieu en leefomgeving. Het verwerken van mest draagt bij aan de realisatie van een verantwoord gebruik van onze leefruimte. In dit dossier een aantal voorbeelden van mestbewerking.

Zeefbandpers

Scheiding van mest

De meest eenvoudige wijze van bewerken van drijfmest is scheiding in een dikke en een dunne fractie via spontane bezinking in een mestput of bezinktank. Dit trage proces onder invloed van de zwaartekracht levert een dikke en een dunne fractie op met een afwijkende nutriëntensamenstelling. De dikke fractie bevat meer fosfaat, terwijl de dunne fractie meer stikstof bevat. Hierdoor kan de mest beter worden afgezet tegen lagere kosten. Bezinking is te bevorderen door het toevoegen van polymeren of het vergroten van de kracht op de deeltjes.

Mestscheiders kunnen werken volgens verschillende principes:

  • Deeltjesgrootte: zeven/filteren met een vijzelpers, schroefpersfilter of zeefbocht
  • Soortelijke massa deeltjes: centrifugeren
  • Viscositeit van de mest: zeefbandpers

Mestscheiders produceren een dikke en een dunne fractie. Organische stof en fosfaat komen voornamelijk in de dikke fractie terecht, waardoor deze gebruikt kan worden als bodemverbeteraar. Ook kan de dikke fractie gecomposteerd, gedroogd, gekorreld of verbrand worden. Door zijn hoge stikstof concentratie kan de dunne fractie gebruikt worden als vloeibare meststof. In een eventuele volgende stap kan dunne fractie verder worden behandeld (bijv. biologische stikstofverwijdering).

Zonder verdere mestbehandeling is het doel van mestscheiding een reductie van de mestafzetkosten.

Mestverwerken.wur.nl

Voor meer informatie en vragen over mestverwerken.

Mono-Vergisting

Vergisting is een spontaan proces waarbij organische stof wordt afgebroken door bacteriën. In een mestvergistingsinstallatie vindt deze omzetting onder geconditioneerde omstandigheden plaats waardoor er meer methaan vrijkomt. Het biogas uit een vergister bevat ongeveer 60% methaan en 40% kooldioxide. Het kan dienen als brandstof voor een warmtekrachtkoppeling (WKK) waarmee elektriciteit en warmte worden opgewekt.

Methaan is een schadelijk broeikasgas (20 maal zo schadelijk als CO2). In een biogasinstallatie wordt emissie van methaan dus voorkomen. Tegelijkertijd wordt een grote hoeveelheid warmte en elektriciteit geproduceerd. De opgewekte warmte en elektriciteit kunnen op het eigen bedrijf worden gebruikt. De opgewekte elektriciteit kan ook aan het openbare net worden geleverd. Aangezien er sprake is van duurzame energiewinning wordt deze stroom aangemerkt als “groene elektriciteit”. Door de vermindering van de methaanuitstoot en de besparing op aankoop van elektriciteit en warmte daalt de totale uitstoot van broeikasgassen.

Mestverwerken.nl

Voor meer informatie en vragen over vergisting en mestverwerken.

Co-vergisting

Co-vergisting levert een groter volume gas op doordat er een extra koolstofbron aan de mest wordt toegevoegd, welke ook door de bacteriën kan worden omgezet tot biogas. Specifieke regels voor co-vergisting zijn vastgelegd in regelgeving. Toegelaten produkten (de positieve lijst) zijn hierin opgenomen onder bijlage Aa, onderdeel IV.

Regelgeving

Co-vergisting en Verordening dierlijke bijproducten en Destructiebesluit, RVO

Laatste wijziging aan dit dossier:

5 juni 2015

Bron introfoto: Livestock research Wageningen UR