Dupnchellia, foto Foto WUR PPO

Nieuws

Aaltje bestrijdt lastige Duponchelia rups

Gepubliceerd op
5 september 2018

De rups Duponchelia fovealis, die sinds vier jaar bezig is met een opmars in de glastuinbouw, is lastig te bestrijden. Het aaltje Steinernema carpocapsae dat onder de merknaam Nemasys C wordt verkocht, blijkt de rups goed aan te pakken.

Duponchelia fovealis is een rups die steeds vaker problemen veroorzaakt in de glastuinbouw, met name in potplanten. De rups, die sinds de jaren negentig in Nederland voorkomt, is de laatste vier jaar aan een opmars bezig, schrijft vakblad Onder Glas. Zo ook op het teeltbedrijf Glorious Glorias van Antoine en Anja Hoeijmakers in Maasbree. Bedrijfsleider Ruud van Teeffelen trof de rups drie jaar geleden voor het eerst aan bij Gentiaan. Op het bedrijf worden gewassen als Mandevilla Heliconia, Torenia, Dianthus Adorables en Gentiaan geteeld.

Duponchellia

De rups van Duponchelia tref je vooral aan bij de plantvoet en de wortelhals van de plant, op de grens van grond en lucht waar het ook vochtig is. Door de schade die de rups veroorzaakt ontstaan er invalspoorten voor schimmels als Botrytis en Fusarium. Op het bedrijf zijn er planten waarvan optisch een derde van de stengel is aangetast.

Steinernema

Van Teeffelen denkt dat de rups zich kan uitbreiden omdat er steeds minder breedwerkende bestrijdingsmiddelen worden toegepast. De rups is dan ook lastig te bestrijden. Uit het artikel 'Nemasys C aaltjes bestrijden oprukkende Duponchelia' blijkt dat het aaltje Steinernema carpocapsae, dat onder de merknaam Nemasys C wordt verkocht, een goede bestrijder is.

Gietwater

De aaltjes dringen de rups binnen waarna ze de rups besmetten met bacteriƫn. Die besmetting leidt vervolgens voor sterfte van de rups. Omdat de rupsen een verborgen leven leiden, ze zitten aan de onderkant van het gewas, moet je zorgen dat de aaltjes juist daar terechtkomen. Van Teeffelen dient Nemasys preventief toe kort na het stekken door het toe te voegen aan het gietwater. Vervolgens gebruikt hij het aaltje nog twee tot drie keer tijdens de teeltperiode.

(Bron foto: WUR PPO )