kas, foto Thinkstock

Nieuws

Aanvullende inkomstenbronnen nodig voor schapenhouders

Gepubliceerd op
5 juli 2018

Voor een schapenhouder bedragen de kosten per ooi ongeveer 200 euro, terwijl een slachtlam zo'n 100 euro opbrengt. Voor een goede bedrijfsvoering moet een schapenhouder naar andere inkomstenbronnen zoeken.

De jaarlijkse kosten per ooi bedragen voor een schapenhouder zo'n 200 tot 220 euro, zo berekent vakblad Management&Techniek. De voerkosten bedragen zo'n 136 euro per jaar, dat is ongeveer 65% van de totale kosten. Andere grote kostenposten zijn huisvestingskosten (5 - 10%) en gezondheidskosten (5-10%). De meeste schapenbedrijven in Vlaanderen halen hun inkomsten voor 80% uit de verkoop van slachtlammeren, zo is te lezen in het 'dossier Schapenhouderij'. Het vakblad legt daarom de focus op slachtlammeren.

Prijs

In Vlaanderen leveren paaslammeren een goede prijs op. De lammeren die zo'n 3 maanden oud zijn en 30 tot 36 kilo wegen, leveren per stuk zo'n 90 tot 108 euro op. Weidelammeren die wat ouder zijn leveren ook 100 euro op. De opbrengst van de wol stelt niet veel voor. Per volwassen ooi kun je zo'n 3,5 tot 4 kilo wol halen die 20 tot 30 cent per kilo opbrengt.

Omdat de kosten per ooi zo'n 200 tot 220 euro bedragen en een lam 100 euro opbrengt, zou je per ooi twee lammeren per jaar moeten verkopen, wil je de kosten dekken. Dat is in de praktijk niet haalbaar. Daarom zal een schapenhouder proberen kosten omlaag te brengen en naar andere inkomstenbronnen zoeken.

Voer

Het vakblad besteedt aandacht aan de kosten van het voer, dat is immers de grootste kostenpost. Het goedkoopste voer is gras. Een kilo droge stof uit gras kost ongeveer 11 cent. Eigen voorgedroogd gras of hooi kost tussen 17 en 20 cent en krachtvoer tussen de 28 en 40 cent per kilo. Niet drachtige ooien kunnen goed toekomen met gras, maar een ooi in productie heeft meer nodig. Een ooi is zo'n 8 maanden in productie, waarvan 5 maanden dracht en 3 maanden zogen.

In de tweede helft van de dracht heeft een ooi extra behoefte aan energie en eiwit. In de laatste maand van de dracht is extra krachtvoer nodig. Ooien met een tweeling of drielinglam hebben nog meer nodig. En ook in de zoogperiode heeft de ooi extra energie en eiwit uit krachtvoeder nodig, wel zo'n 1 kilo krachtvoeder per dag.

Particuliere verkoop

Een schapenhouder kan zoeken naar andere inkomstenbronnen zoals beheersvergoedingen voor begrazing in natuurterreinen. Of hij kan zoeken naar andere afzetkanalen. Bij directe afzet kan een lam wel 200 tot 300 euro op brengen.

In het dossier portretteert het vakblad twee schapenhouders die inzetten op de verkoop van lamsvlees van hoge kwaliteit. De familie Steegmans runt een schapenfokbedrijf met zo'n 70 ooien van de rassen Hampshire en Texel. De familie verkoopt het lamsvlees onder het Pastorale keurmerk, en wil zich gaan toeleggen op particuliere verkoop en op de horeca. Ook André Calus en Bea Leus leggen zich met hun schapenbedrijf toe op kwaliteit. Voor directe verkoop werken ze samen met een hoeveslager.

(Bron foto: Thinkstock)