kalf, foto Pixabay

Nieuws

Biest voor gezonde opfok

Gepubliceerd op
27 februari 2018

Voor een gezonde opfok van kalveren is biest belangrijk. Biest is de eerste melk die een koe geeft direct na afkalven. Die dikke melk heeft een hoog energiehalte, is rijk aan vitaminen en bevat antistoffen. Je kunt de kwaliteit van biest testen.

De eerste biest bevat veel antistoffen. Die antistoffen zijn van belang voor het pasgeboren kalf omdat het zonder antistoffen geboren wordt. Het gehalte aan antistoffen wordt uitgedrukt in het gehalte immunoglobuline G, het IgG-gehalte. Dat gehalte is het hoogst direct na de geboorte van het kalf, daarna loopt het gehalte snel terug. In het artikel 'Wat is belangrijk in de biestperiode' zet de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) aandachtspunten voor goed biestmanagement op een rij.

Antistoffen

Uit dat artikel blijkt dat de productie van die antistoffen bij koeien de laatste twee weken van de dracht het hoogst. Zo gauw een koe gemolken wordt, ook voor het afkalven, daalt het IgG-gehalte snel. Oudere dieren hebben meestal een hoger gehalte aan antistoffen in de biest dan jongere koeien. Dat komt omdat een oudere koe vaak meer infecties heeft doorstaan en daarom ook meer antistoffen heeft tegen verschillende ziektes.

Biestkwaliteit

Je kunt het gehalte aan antistoffen niet aflezen aan de dikte van de biest. Je kunt de kwaliteit van de biest wel testen met een refractometer, aldus het vakblad. Wil je weten hoeveel beschermende antistoffen de kalveren daadwerkelijk opnemen, dan kun je bloedonderzoek uitvoeren. Daarvoor is heeft de GD de biestopnamecheck ontwikkeld.

Een kalf moet na de geboorte direct biest van de eigen moeder krijgen, ongeveer 2 tot 2,5 liter. Zes uur later is een tweede biestgift nodig: 1,5 tot 2 liter. Later volgt op de eerste levensdag nog een derde biestgift. Daarna krijgt een kalf nog twee dagen biest waarna je over kunt stappen op kunstmelk of koemelk.


(Bron foto: Pixabay)