kievit, foto Pixabay

Nieuws

Boeren in beweging naar natuurinclusieve landbouw

Gepubliceerd op
11 juni 2018

De overheid heeft in 2014 de discussie over natuurinclusieve landbouw aangezwengeld. Wil de omslag naar deze vorm van landbouw slagen, dan zullen boeren en hun omgeving in beweging moeten komen. Natuurinclusieve landbouw zou een gespreksonderwerp voor alle boeren moeten worden.

In de natuurinclusieve landbouw, zoals de overheid dit begrip in 2014 in de Rijksnatuurvisie presenteerde, zou natuur een plek moeten krijgen binnen alle facetten van het boerenbedrijf. Sinds de introductie zijn er veel projecten opgezet door onderzoekers, burgers, natuurorganisaties en belangengroepen, maar wil de omslag of transitie naar een natuurinclusieve landbouw slagen, dan zullen boeren zelf in beweging moeten komen.

Het is daarom belangrijk te weten wat boeren beweegt. Wat betekent voor hen natuurinclusieve landbouw? Wat motiveert hen, wat demotiveert hen? Welke mogelijkheden zien ze, en welke obstakels? Is er wet- en regelgeving die aangepast moet worden? Wat is de rol van de omgeving? En waar halen ze hun kennis vandaan?

Gesprekken

Om antwoord te krijgen op die vragen zijn onderzoekers in gesprek gegaan met boeren: vijf melkveehouders in Eemland en vijf akkerbouwers in Flevoland. Ook werd er gesproken met 'erfbetreders', de mensen die boeren adviseren zoals voerleveranciers, bedrijfsadviseurs of loonwerkers. Op basis van dat verkennend onderzoek is een brochure 'Boeren in beweging' samengesteld. Die brochure geeft inzicht in wat boeren beweegt.

Keuzes

Bij de keuze voor natuurinclusieve landbouw spelen veel dingen mee. Motivatie is het allerbelangrijkste. Zonder motivatie om natuurinclusiever te worden, zonder affiniteit met natuur, gaat het niet gebeuren. Dat hangt samen met hoe een boer naar zichzelf kijkt, en of hij natuurinclusief boeren ziet als iets dat bij hem of haar past.

De keuze voor natuurinclusive landbouw is een complexe keuze die door tal van factoren wordt beïnvloed zoals persoonlijke opvattingen, interesses en kennis, de omgeving of bedrijfsmogelijkheden. Om die keuzes in kaart te brengen wordt in de brochure een raamwerk geïntroduceerd waarbij die keuzes in vier groepen worden ingedeeld: willen, kunnen, moeten en mogen. Het willen en kunnen komt vanuit de boer zelf, terwijl het moeten en mogen factoren zijn die door de maatschappij of omgeving worden bepaald.

Maatschappij

Bij willen gaat het om de intrinsieke motivatie van de agrarisch ondernemer. Wat is zijn persoonlijke interesse in natuur? In welke levensfase bevindt hij zich? Bij kunnen gaat het er om of het ook past in de bedrijfsvoering en of de kennis aanwezig is. Met moeten wordt het beroep vanuit de maatschappij bedoeld. Die sturing gebeurt niet alleen door de overheid, maar ook door andere partijen zoals maatschappelijke belangenorganisaties of ketenpartijen. En met mogen gaat het om de mogelijkheden in wet- en regelgeving.

Erkenning

Tijdens de gesprekken met boeren kwamen verschillende onderwerpen aan bod: Wat betekent natuurinclusief voor de bedrijfsvoering? Wat helpt om over te stappen op natuurinclusieve landbouw? En wat remt? Zo hebben boeren in Eemland het gevoel dat - wanneer ze meedoen met een regeling voor agrarisch natuurbeheer - ze zich continu moeten verantwoorden. Dat werk demotiverend. En wanneer boeren zien dat vossen en roofvogels veel weidevogels opeten werkt dat frustrerend.

Voor een serieuze beweging richting natuurinclusieve landbouw zijn de boeren het erover eens dat er geld bij moet. Liever nog dan een subsidieregeling voor natuurinclusieve landbouw zien ze een waardering via de marktprijs. Ook los van geld vragen ze erkenning en waardering voor hun inspanningen voor de natuur. Het frustreert hen als burgers kritisch zijn zonder te zien wat zij allemaal voor de weidevogels doen.

Tips

De brochure eindigt met een aantal tips: Natuurinclusieve landbouw zou een gespreksonderwerp voor alle boeren moeten worden. Natuurinclusieve inspanningen moeten gewaardeerd worden. En - zo is te lezen - maak natuurinclusieve inspanningen van boeren onderdeel van een breder verband van bijvoorbeeld gemeenten, burgers en terreinbeherende organisaties. Leg niet alle financiële risico’s bij de boer neer.

De brochure is op 29 mei door onderzoeker Judith Westerink gepresenteerd tijdens de voor het onderwijs georganiseerd 'Terugkomdag verdienmodellen in de natuurinclusieve landbouw'. Op die dag is ook het leerboek Natuurinclusieve landbouw gepresenteerd, evanals het dossier Natuurinclusieve landbouw van Groen Kennisnet.

(Bron foto: Pixabay)