eik, foto Jan Nijman

Nieuws

Bomen behouden met breuksnoei

Gepubliceerd op
17 februari 2018

Zo gauw een boom oud wordt, wordt hij kwetsbaar. Vaak wordt de stam hol. Vanuit bosbouwkundig oogpunt is zo'n boom kaprijp, maar vanuit ecologisch oogpunt wordt een oude boom steeds interessanter. Na een aanpak van gerichte snoei en breuksnoei kunnen oude bomen nog heel lang mee.

Op landgoed Oud-Poelgeest in Oegstgeest vind je veel oude bomen, eiken van bijna 200 jaar oud. Nadat afgelopen jaren bij storm veel takken afbraken, was er de roep om iets te doen. Met een goede begeleidingssnoei kun je de bomen helpen toekomstbestendig hun veteranenfase in te gaan, zo is te lezen in een artikel 'Bomen behouden als oases van biodiversiteit' in Boomzorg.

Breuksnoei

In het artikel staat een cursus breuksnoei centraal. Het is misschien de eerste keer dat in Europa zo'n cursus gehouden werd. Het idee van breuksnoei of fractuursnoei is vrij nieuw. Door takken af te breken, stimuleer je dat meer knoppen uitlopen. Je kunt zo een binnenkroon creƫren, zegt boomspecialis Ruben van Praag in het artikel. Het idee is dat je met een goede ingreep de bomen - die van middelbare leeftijd zijn - de nodige flexibiliteit teruggeft.

Holle boom

Een eik die tussen de 150 en 200 jaar oud is, heeft een massieve stam, zo legt het vakblad uit. Dat is een stadium dat een boom vrij kwetsbaar is voor breuk. Hele takken of kronen kunnen tijdens een flinke storm uitbreken. Wordt zo'n eik aangetast door zwammen als zwavelzwam of biefstukzwam, dan wordt de boom hol. Engelse boombiologen zijn er van overtuigd dat een holle boom de nodige flexibiliteit terugkrijgt zodat de boom veel ouder kan worden.

Ecologische oase

Nederlandse boomverzorgers beschouwen bomen vanuit een bosbouwkundig perspectief, zo is te lezen in het vakblad. Vanuit dat gezichtspunt is een eik van 150 tot 200 jaar kaprijp, maar als je alleen naar de boom kijkt is kappen niet nodig. De oudere bomen, met een holle stam functioneren als een oase voor dieren. Ecologisch gezien zijn zulke bomen steeds interessanter.

(Bron foto: Jan Nijman)