kas, foto Thinkstock

Nieuws

CO₂-behoefte glastuinbouw 2030

Gepubliceerd op
30 juli 2019

Gewassen gebruiken CO₂. Daarom is de gewenste CO₂-concentratie in de kaslucht hoger dan de concentratie in de buitenlucht. Op dit moment wordt de CO₂ uit de rookgassen van aardgas gebruikt. Door vermindering van aardgasverbruik ontstaat een externe CO₂-behoefte bij de glastuinbouw.

Bron: Kennisonline

De maatschappij en de glastuinbouw staan voor de uitdaging om de CO₂-emissie in de toekomst te reduceren. Tussen de Nederlandse glastuinbouw en de Nederlandse overheid is de ambitie opgenomen van een glastuinbouw zonder CO₂-emissie in 2050. Bij vervanging van fossiele energiebronnen (zoals aardgas) door bronnen zonder CO₂-emissie valt de bron voor de eigen CO₂-voorziening voor de glastuinbouw geheel of gedeeltelijk weg.

CO₂-gebruik

Planten hebben voor de fotosynthese CO₂ nodig en CO₂ is daarmee essentieel voor de groei en optimale productie van de glastuinbouwgewassen. Het CO₂-gebruik door de glastuinbouw is in de huidige situatie vooral afkomstig uit de rookgassen van de aardgasgestookte warmtekrachtkoppelingen en verwarmingsketels in de glastuinbouw. Ook wordt CO₂ van partijen buiten de sector ingekocht.

Door vermindering van aardgasverbruik zal de CO₂-productie afnemen waardoor een externe CO₂-behoefte bij de glastuinbouw ontstaat. In opdracht van Kas als Energiebron en gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit heeft Wageningen Economic Research in een nieuw rapport een prognose gemaakt van de CO₂-behoefte van de glastuinbouw in 2030.

Mogelijke scenario's in 2030

Prognoses voor CO₂-behoefte in de glastuinbouw in 2030 lopen uiteen van 1,8 tot 3,0 Mton. Volgens de prognoses zou dit 67 tot 91% van de CO₂-emissie van de glastuinbouw in 2030 zijn. Voor deze prognoses is uitgegaan van drie toekomstscenario's. Als de CO₂-emissie na 2030 verder wordt terug gebracht kan de CO₂-behoefte boven de CO₂-emissie komen te liggen.

De grootste CO₂-behoefte bevindt zich in en om de Randstad. Daar is immers de meeste glastuinbouw gevestigd. In de Randstad is er ook relatief meer industrie en afvalverwerking die CO₂ als restproduct kunnen aanbieden. In de andere regio’s is de CO₂-behoefte minder. Hier zijn meer mogelijkheden voor CO₂-voorziening uit organisch materiaal als hout, mest, gewassen en gewasresten.

Om meer inzicht te krijgen in de mogelijke besparing op de CO₂-behoefte is kennisontwikkeling over de relatie tussen CO₂-dosering, de productie en de opbrengstprijzen nodig. 

(Bron foto: Shutterstock)