Composthoop, foto: Thinkstock

Nieuws

De kracht van compost

Gepubliceerd op
22 mei 2015

Groencompost blijkt een goede vervanger voor dierlijke mest, maar heeft wat extra tijd nodig om zijn bemestende werk te doen.

Compost is in vele soorten en maten verkrijgbaar, maar kan ook op het eigen bedrijf worden bereid. In Vlaanderen zijn de afgelopen jaren experimenten gedaan met boerderijcompost. Naast de bereidingswijze is met name gekeken naar de toepassing. In het artikel ‘Compost power’ in het blad Ekoland wordt hierop ingegaan.

Reststromen

Boerderijcompost wordt op het landbouwbedrijf zelf geproduceerd met bedrijfseigen organische resten. Deze kunnen zowel plantaardig (bijv. gras, preiresten, tomatenloof, stroresten) als dierlijk (bijv. stalmest, kippenmest) van oorsprong zijn. Op deze manier geeft de landbouwer weer waarde aan zijn reststromen tot een bodemverbeterend middel en worden nutriëntenkringlopen lokaal gesloten.

Vergelijking

Inagro, een Belgisch praktijkcentrum voor onderzoek en voorlichting in land- en tuinbouw, volgde de effecten van compostbemesting en vergeleek deze met onder meer dierlijke mest. Hieruit bleek dat boerderijcompost, net als stalmest, bijdraagt aan de organische (kool)stofopbouw. Vergelijkende behandelingen met snelwerkende organische bemesting (drijfmest, organische handelsmeststof) resulteerden niet in hogere gewasopbrengsten in vergelijking met objecten met traag werkende bemestingsvormen. De extra aangevoerde minerale stikstof vanuit de snel werkende bemestingsvormen werd niet door de plant benut, maar teruggevonden als stikstofresidu in het bodemprofiel aan het einde van de teelt.

Opbrengstverhogend

Opbrengstverhogingen door de jaarlijks herhaalde toepassing van boerderijcompost (50 m3 per ha per jaar) in een meerjarige proefopzet kwamen voor vanaf het vierde onderzoeksjaar bij verschillende gewassen. Het opbrengstverhogend effect bleek niet enkel uit te gaan van de extra stikstofvoorziening maar ook van een verbeterde bodemcondities (lagere bodemdichtheid en verhoogde aggregaatstabiliteit).



(Bron foto: Thinkstock)