aardappelland, wateroverlast, foto shutterstock

Nieuws

De toekomst van ons eten

Gepubliceerd op
4 januari 2020

Om de wereldbevolking in de toekomst te kunnen voeden, zal de hoeveelheid geproduceerd voedsel in 2050 met 70% moeten toenemen. Een dreigend tekort aan voedsel is een groot probleem vindt hoogleraar Rens Voesenek. De uitdaging is voldoende voedsel op een duurzame manier te produceren.

We zullen in de toekomst meer voedsel moeten produceren en dat willen we tegelijk zo duurzaam mogelijk doen. De klimaatveranderingen helpen bovendien niet echt, zegt Rens Voesenek van de Universiteit van Utrecht. Naast hoogleraar Plant Ecophysiology aan de Universiteit van Utrecht is Voesenek ook voorzitter aan de hub Future Food. In die hub werken verschillende wetenschappelijke disciplines samen aan onderwerpen die van belang zijn voor de hele voedselketen - van ‘grond tot mond’ - met als doel om in 2050 een voedseltoename van 70% te bereiken. In het artikel ‘De toekomst van ons eten’ vertelt hij wat zijn gedachten daarover zijn.

Gene editing

Door klimaatveranderingen kan de groei van gewassen onder druk komen te staan. Wateroverlast bijvoorbeeld kan forse schade veroorzaken bij aardappelen. Wanneer de knollen langer dan 24 uur onder water staan, kun je ze weggooien. Zou je een aardappel aan kunnen passen zodat een knol het 48 uur volhoudt, dan is dat al enorme winst, zegt Voesenek. Daarom vindt onderzoek plaats naar de ontwikkeling van overstromingstolerante gewassen met gene editing.

Voesenek stelt dat de wetenschap technieken als gene editing wel wat beter mag uitleggen. In de publieke opinie is in hoge mate sprake van onwetendheid en bangmakerij, zegt hij. Wat betreft publieksvoorlichting zijn kansen blijven liggen. Met gene editing zijn grote vorderingen gemaakt: "We kunnen nu heel precies een specifiek gen laten landen daar waar we dat willen. Dat is veel betrouwbaarder dan de klassieke kruising."

Samenwerking

Maar het zijn niet alleen plantenfysiologen die in de hub Future Food samenwerken. Voesenek noemt als voorbeeld het onderzoek naar het effect van een meer kruidenrijk grasland op de stresstolerantie van het grasland, kwaliteit van de melk of de gezondheid van koeien. Daarnaast denkt hij dat voor een transitie in ons voedingspatroon naast technische en productinnovaties ook sociale innovaties nodig zijn.

De voedselproblematiek is zo groot - aldus het artikel - dat het niet door één discipline of universiteit opgelost kan worden. Samenwerking is daarom noodzakelijk. Binnen de hub Future Food werken daarom niet alleen verschillende disciplines van de Utrechtse universiteit samen, maar wordt er ook samengewerkt met Wageningen University, andere universiteiten, diverse grote en kleine bedrijven, ministeries en maatschappelijke organisaties. Die samenwerking is nodig om de gewenste transitie te realiseren, denk Voesenek.

(Bron foto: Shutterstock)