Bron: Pixabay

Nieuws

Discussie over de melkprijs

Gepubliceerd op
28 augustus 2014

Volgens een Duits onderzoek naar de productiekosten voor een liter melk in Nederland is de melkprijs die de boer krijgt, structureel veel te laag. Alleen als het salaris van de boer niet wordt meegenomen in de berekening, is de melkprijs kostendekkend.

In opdracht van de Dutch Dairymen Board (DDB) heeft het Duitse Büro für Agrarsoziologie und Landwirtschaft (BAL) onderzoek gedaan naar de productiekosten van een kilogram melk in Nederland. In juni 2014 werden de resultaten hiervan bekend. De kostprijs kwam voor 2013 uit op 47,85 eurocent terwijl de gemiddeld uitbetaalde melkprijs in hetzelfde jaar eindigde op 37,4 cent per kilo. Inclusief 3,33 cent per kilo aan toeslagen haalde een melkveehouder in 2013 dus 40,73 cent aan inkomen uit een kilo melk en toeslagen. Dat is een gat van meer dan 7 cent.

Bedrijven sluiten

Uit onderzoeken die het bureau daarvoor al in Frankrijk en Duitsland had uitgevoerd, kwam hetzelfde beeld naar voren. Volgens de DDB is dat de reden dat sinds 2000 al 37 procent van de Nederlandse en Duitse melkveebedrijven is gestopt en in Frankrijk is het aantal zelfs gehalveerd. In het blad Veeteelt zegt voorzitter Sieta van Keimpema van de DDB: ‘De melkprijs is structureel te laag, waardoor de sector vergrijst. Alleen een kostendekkende melkprijs kan die trend doorbreken’.

Arbeidskosten

In de Duitse studie is ook gerekend met een marktconforme arbeidsvergoeding voor de melkveehouder. Op basis van een vergelijking van competenties en verantwoordelijkheden die zijn gewogen in een een database van twee miljoen arbeidscontracten, concludeert BAL dat het hoofd van een melkveebedrijf rond de 54.000 euro per jaar moet verdienen, gebaseerd op 2400 uren werken tegen een uurloon van 22,50 euro. Omgerekend zou een boer dan 10,69 cent per kilo melk moeten krijgen. Reken je de arbeid niet mee, dan was de melkprijs in 2013 kostendekkend: 37,4 cent tegen een kostprijs van 37,16 cent per kilo melk. Volgens van Keimpema is dat hoe er in de melkveesector wordt gerekend, waardoor een veel rooskleuriger beeld van de sector bestaat dan hij in werkelijkheid is.

Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van Wageningen UR komt tot een iets andere conclusie op basis van zijn eigen berekeningen. Volgens het LEI had een klein melkveebedrijf in 2012 een kostprijs van 53 cent, een middelgroot bedrijf 44 cent en een groot bedrijf 38,5 cent. De LEI-berekening is inclusief een redelijke uurvergoeding voor de boer en een vergoeding voor inbreng van land en kapitaal. Over 2012 komen deze drie posten opgeteld uit op bijna 13 cent per liter melk. LEI gaat uit van een arbeidsuurvergoeding van 25 euro en rekent dat die melkveehouder jaarlijks 3200 uren maakt. Daarmee zou hij jaarlijks 80.000 euro moeten overhouden, met toeslagen erbij ruim een ton. In werkelijkheid krijgen boeren volgens het LEI de laatste twaalf jaar gemiddeld 40 procent van hun arbeid vergoed.

Prijsstijging niet waarschijnlijk

Hoewel de DDB graag zou zien dat de marges eerlijker verdeeld zouden worden en de boeren zo een hogere melkprijs krijgen, lijkt het er niet op dat dit gaat gebeuren. Uit een ander artikel in Veeteelt blijkt dat de boeren in Nederland Europees gezien al een relatief hoge vergoeding krijgen. Daarbij produceert Nederland al te veel melk en zullen de zuivelprijzen door de Russische boycot nog verder onder druk komen.


(Bron foto: Pixabay)