Aardappelplant, foto: Thinkstock

Nieuws

Doodspuiten aardappelloof kan milieuvriendelijker

Gepubliceerd op
4 december 2013

Waar halverwege de vorige eeuw nog vele handen hielpen bij het looftrekken van aardappels om het blad te doen afsterven, wordt loof tegenwoordig vooral doodgespoten. Met metingen kan de hoeveelheid gif beter worden afgestemd op de fase waarin de plant zich bevindt.

Met het blote oog is moeilijk te zien in welke fase de aardappelplant zich precies bevindt. Het loof kan nog groen zijn, maar al aan het afrijpingsproces zijn begonnen. Het is zaak op om het juiste moment de bladactiviteit te stoppen zodat onder meer de groei van de aardappel stopt en de schil verkurkt (zie rapport ‘Chemische loofdoding: Een knelpunt bij geïntegreerde aardappelteelt’).

Kenmerken afrijping

In het vakblad Management&Techniek van de Belgische Boerenbond wordt stilgestaan bij meetapparatuur die iets vertelt over de concentratie aan chlorofyl en flavonolen in de bladeren: ‘Gedurende de afrijpingsfase van het aardappelloof daalt de hoeveelheid stikstof in de bladeren. De hoeveelheid chlorofyl in de bladeren neemt bijgevolg ook af, terwijl de hoeveelheid flavonolen de neiging heeft om toe te nemen’.

Chlorofylfluoriscentie

De metingen waarover het vakblad bericht, zijn uitgevoerd met de optische toestellen Dualex en Multiplex. Deze meten de chlorofylfluorescentie; dit zegt iets over de gezondheid van het blad door de mate waarop een blad fluoriseert/oplicht bij bepaald licht. Afwijkingen in het oplichten van het blad kunnen duiden op een slechte fotosynthese.

Bladactiviteit stoppen

Door de metingen te herhalen kan de evolutie van de verdere afrijping worden gevolgd. Management&Techniek: ‘Deze informatie zou mogelijk nuttig kunnen zijn om de dosis loofdodingsmiddel te bepalen in functie van de graad van natuurlijke afrijping op het moment waarop het nodig is om de bladactiviteit snel te stoppen (bijvoorbeeld in functie van de sortering of het onderwatergewicht)’.


(Bron foto: Thinkstock)