Blogpost

Een goede gastheer heeft genoeg te eten, toch?

Gepubliceerd op
22 april 2021

Ik hou niet van voedselverspilling. Sterker nog: ik ben zo tegen voedselverspilling, dat ik er mijn werk van heb gemaakt om consumenten te helpen minder te verspillen. Ik ken heel wat tips en tricks en wil niets liever dan een meer Verspillingsvrij Nederland. Ik weet dat een boodschappenlijstje me helpt bij het doen van inkopen en ik meet mijn pasta af met het Eetmaatje.

Joost Knüppe - Kennisspecialist Gedragsverandering - Voedingscentrum
Joost Knüppe - Kennisspecialist Gedragsverandering - Voedingscentrum

Restjes bewaar ik altijd en van een broccoli eet ik ook de steel. Maar als ik gasten heb, dan gaat het nog wel eens mis. Dan wil ik niet alleen minder verspillen, maar wil ik meer. Dan wil ik mijn gasten verwennen met lekker en meer dan genoeg eten. Ondanks alles wat ik weet om voedselverspilling te voorkomen, koop ik dan soms tóch te veel. Ik ben zeker niet de enige met dit probleem.

Uit onderzoek van het Voedingscentrum blijkt dat 88% van de Nederlanders zegt zo min mogelijk voedsel wil verspillen.1 We willen dat om verschillende redenen. De een vindt het schandalig dat er honger is in de wereld en wij voedsel weggooien, de ander ziet het als geldverspilling en weer een ander doet het voor het milieu.2 Maar het blijkt ook dat wij nog veel meer willen dan voedselverspilling voorkomen. We willen lekker eten, gezond eten en het liefst ook nog makkelijk eten. Al die motivaties kunnen met elkaar concurreren.3 Zo kan het voorkomen dat je nog een restje pasta in de koelkast hebt liggen die echt op moet, maar eigenlijk meer zin hebt in een curry. Eet je je pasta, dan verspil je niet. Eet je de curry, dan eet je wat je lekker vindt, maar moet je de pasta waarschijnlijk weggooien.

Uit onderzoek blijkt dat the good provider identity een belangrijke reden voor voedselverspilling is. The good provider identity wil zeggen dat we een sterke behoefte hebben om (meer dan) voldoende en ‘goed’ eten te serveren voor onze kinderen, partner of gasten. Dit om onze liefde en affectie te tonen.2, 4

Zo kopen ouders bijvoorbeeld veel verse groenten en fruit voor hun kinderen. Logisch, want ze hopen natuurlijk dat zij later opgroeien tot gezonde, sterke volwassenen. Maar als die kinderen er dan niet naar omkijken, dan is er een grote kans dat al dat groente en fruit verspild wordt. En zo koop ik soms veel te veel eten om mijn gasten te verwennen, terwijl ik heel goed weet dat zóveel eten niet nodig is. Ook ik verspil daarom wel eens onnodig voedsel.

In deze column leg ik uit wat de uitdagingen zijn bij de competerende motivaties en waarom het soms moeilijk is om de motivatie om minder te verspillen te laten ‘winnen’. Als we beter begrijpen wat er gebeurt, kunnen we ook beter omgaan met de situatie. Het komt bij mij al minder vaak voor dat ik verspil na een avondje met gasten. En dat is niet alleen omdat er niemand langs mag komen door de coronamaatregelen.

De uitdaging bij de competerende motivaties zit ‘m in de aard van de verschillende doelen. De motivatie om niet te verspillen is iets abstracts en heeft iets voor de lange termijn. Je ziet niet direct een positieve invloed op het klimaat en de €120,- die je jaarlijks per persoon kunt besparen door geen voedsel te verspillen zie je niet terug op je bankrekening als je je restjes eet. Het is iets rationeels. Iets waarvan je weet dat het goed is en daar moet je het mee doen.

Bij die andere doelen geldt dat minder. Neem bijvoorbeeld de motivatie om lekker te eten. Je proeft zelf de smaak van je gerecht, je ziet de blije gezichten van je partner, gasten of kinderen. Je wordt direct beloond. Zo ook bij de motivatie voor gemak, waar je lekker kan blijven zitten terwijl het restaurantje op de hoek al het werk doet. En hoewel de beloning voor gezondheid ook vaak niet direct is, is het wel zichtbaar. Als je maar lang genoeg gezond eet, zie je het terug in de spiegel, of in de lengte van je kinderen.5

Maar hoe nu verder? Nog steeds wil 88% van Nederland zo min mogelijk voedsel verspillen. Maar betekent dat dat ik nooit meer blije gasten heb? Of dat je gezond etende kinderen gewoon maar moet vergeten als ouder?

Het antwoord daarop is natuurlijk nee. We gaan voor een Verspillingsvrij Nederland, maar dat hoeft niet ten koste te gaan van blije gezichten of gezonde kinderen. Nu is er nog weinig onderzoek gedaan over hoe om te gaan met die competerende motivaties, dat moet ik bekennen. Maar om me heen hoor ik veel dat het kan helpen om die competerende motivaties niet tegenover elkaar te zetten, maar naast elkaar te zetten. De motivaties moeten niet met elkaar concurreren, maar bij elkaar aansluiten. Daar ben ik zelf ook van overtuigd.

Lekker kan prima samengaan met minder voedselverspilling als je weet hoe je een heerlijke bruschetta maakt met oud brood en een overrijpe tomaat . Je bent óók een goede ouder als je je kinderen toont hoe waardevol eten is. En je bent ook een goede gastheer als er geen overvloed aan eten is. Reframe de situatie en je ziet dat minder verspilling heel vaak samengaat met de motivaties die er tegenover lijken te staan.

Voor minder voedselverspilling is er meer relevant dan alleen de motivatie om minder te verspillen. Dat hoop ik mee te geven. De motivatie om minder te verspillen moet er zijn, maar het moet ook aansluiten bij ál die andere motivaties. Want zelfs bij iemand die er zijn werk van heeft gemaakt, kan een motivatie om een goede gastheer te zijn het soms nog winnen. Om over alle andere factoren nog maar te zwijgen.

In aanloop naar de afsluiting van de MBO Challenge Voedselverspilling met een eindevenement op donderdag 22 april, besteedt Groen Kennisnet in de week van 19 tot en met 23 april extra aandacht aan het onderwerp voedselverspilling.