Bron: Thinkstock

Nieuws

Europese speelveld agrosector is aardig vlak

Gepubliceerd op
8 oktober 2014

Het Europese speelveld waarop de agrosector zich beweegt, geeft weinig 'effecten'. En als er al sprake is van effecten dan zouden deze voor de Nederlandse sector meer negatief dan positief uitpakken.

'Er zijn ook beleidsvelden die voor de Nederlandse agrosector licht positief zijn beoordeeld, zoals bepaalde fiscale faciliteiten en de handelsbevordering. Een speelveldnadeel of -voordeel in de sector betekent overigens niet noodzakelijk dat de maatschappelijke welvaart als geheel negatief of positief wordt beïnvloed'. Dit is te lezen in het het rapport Internationale benchmark Nederlands agrosectorbeleid - De helling van het speelveld.

Concurrentiestand

In het rapport is te lezen over de aard en omvang van ondersteuning aan de agrosector en wordt onder meer ingegaan op nut en noodzaak van regelingen voor deze sector. De Nederlandse concurrentiepositie is bepaald ten opzichte van 5 referentielanden: Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Polen. Een algemene conclusie is dat de Nederlandse agrosector in de afgelopen jaren niet meer dan in de andere referentielanden gesteund is door de overheid.

Effecten op beleidsterreinen

Op twee fronten pakt de concurrentiestand als gezegd licht positief uit. Beleidsterreinen waarop het beleid van de Europese Unie (EU) een (bescheiden) concurrentieachterstand oplevert voor de sector zijn bedrijfstoeslagen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en energie. Terreinen waarop geen tot een (bescheiden) achterstand geldt, zijn: GLB-plattelandsbeleid, gemeenschappelijk visserijbeleid, milieubeleid: mineralen en ammoniak en dierenwelzijnsbeleid. Het EU-beleid heeft (in combinatie met het Nederlands overheidsbeleid) geen effecten op kennis en ontwikkeling, btw en inkomsten- en winstbelasting.

In het rapport worden de effecten op de verschillende terreinen verder uitgediept. Het negatieve tot neutrale effect op bijvoorbeeld dierenwelzijnsbeleid, houdt in dat de meeste vooral rijkere EU-lidstaten, waaronder Nederland, op deelterreinen iets verder gaan dan de EU-normen eisen. Iets soortgelijks geldt voor milieubeleid. In beginsel is sprake van een gelijk speelveld (kaders op EU-niveau geschapen) maar sommige landen waaronder Nederland lopen (iets) voor op de afspraken.

Interdepartementaal beleidsonderzoek

Het rapport is opgesteld in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Financiën, ter informatie van het Interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) over agro-, visserij en voedselketens, kortweg IBO Agrosector ('Het IBO bestrijkt alle instrumenten van beleidsartikel 16: subsidies, wet- en regelgeving en fiscale maatregelen. Het Groen onderwijs (beleidsartikel 17) valt echter buiten het bestek van het IBO Agrosector'). Het onderzoek is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van LEI Wageningen UR en Panteia/EIM.


(Bron foto: Thinkstock)