Levencyclus Europese aal_Wikimedia-Paling.nl

Nieuws

Evaluatie van het aalbeheerplan Nederland

Gepubliceerd op
12 oktober 2018

De aalpopulatie in Nederland neemt iets toe, maar is nog altijd in slechte staat, met een te hoge sterfte en een te lage biomassa. Dit blijkt uit de meest recente evaluatie van de effecten van het Nederlandse aalbeheerplan.

De evaluatie is uitgevoerd door Wageningen Marine Research, over de periode 2014-2016.

Aalbeheerplan

Sinds de jaren 1980 zijn de glasaalintrek en de aalpopulatie zeer sterk teruggelopen. Om herstel van de aalpopulatie mogelijk te maken heeft de Europese Unie in 2007 de “verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van Europese aal (EC 1100/2007)” vastgesteld. Deze verordening verplicht de lidstaten om met een nationaal aalbeheerplan te komen en te implementeren.

Het doel van deze aalbeheerplannen is daarbij als volgt omschreven: “Doel van de beheerplannen voor aal is het verminderen van de antropogene sterfte, zodat er een grote kans bestaat dat ten minste 40% van de biomassa van schieraal kan ontsnappen naar zee, gerelateerd aan de beste raming betreffende de ontsnapping die plaats zou hebben gevonden indien de mens geen invloed had uitgeoefend op het bestand. De beheerplannen voor aal worden opgesteld met het oog op het bereiken van die doelstelling op lange termijn.”

Te lage schieraaluittrek

Sinds de jaren 1980 zijn de glasaalintrek en de aalpopulatie in Europa zeer sterk teruggelopen. Aal staat op de IUCN rode lijst als ernstig bedreigd. Het advies van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) is al jaren om alle menselijke activiteiten die de productie en de trek van paairijpe volwassing aal (schieraal) naar zee verminderen, zoals visserij en vismigratieknelpunten, liefst tot nul te beperken. Paairijpe volwassen aal (schieraal) trekt namelijk vanuit het binnenland naar het voortplantingsgebied in de Sargassozee.

De Europese doelstelling is dat van de geschatte mogelijke biomassa schieraal minimaal 40% naar zee kan ontsnappen. In Nederland is de best mogelijke biomassa van schieraal (oftewel de pristine biomassa) geschat op 10.400 ton schieraal in het zoete water. Dat betekent dat jaarlijks 4.160 ton van deze best mogelijke biomassa van schieraal weg moet kunnen trekken naar het voortplantingsgebied in de Sargassozee. Dit doel wordt momenteel niet gehaald en is in 2014-2016 geschat op 1.795 ton.

Aalsterfte

In de aalevaluatie is ook gekeken naar aalsterfte door menselijke activiteit (antropogene sterfte). Na 2007 is er een duidelijke teruggang in de antropogene sterfte te zien. Tot 2007 bedroeg deze nog 81%. In de periode 2014-2016 is die sterfte gedaald naar 49%. Vooral de vangst van de commerciële en recreatieve visserij is de laatste jaren sterk gedaald. Ook de schieraalsterfte tijdens de migratie door barrières zoals gemalen, waterkrachtcentrales en sluizen is de laatste jaren gedaald van 20% naar 18%. Deze barrièresterfte lijkt een kleine daling, maar vergt grote investeringen voor de overheid (Rijkswaterstaat) en andere beheerders (waterschappen). Er is veel aandacht van het publiek voor het opheffen van migratiebarrières voor de intrek van vis en in mindere mate voor de uittrek van vis (zoals schieraal).

De Europese Commissie heeft besloten om de EU-Aalverordening uit 2007 te evalueren en te kijken of de lidstaten de aalbeheerplannen goed hebben uitgevoerd. Op basis van de bevindingen wordt besloten of de Aalverordening aangepast moet worden of dat de nationale beheerplannen beter moeten worden uitgevoerd.

(Bron foto: Levencyclus Europese aal_Wikimedia-Paling.nl)