Witte Kool, foto: Pixabay

Nieuws

Farmers’ Pride – maakt in situ conservering van plant genetische bronnen doeltreffender

Gepubliceerd op
16 maart 2018

Het project Farmers' Pride richt zich op genetische bronnen op boerderijen, achtertuinen, maar ook op de wilde aan gewassen verwante soorten in de natuur, de zogenaamde ‘crop wild relatives’.

Farmers’ Pride is een door de EU gefinancierd project in het Horizon 2020 programma en is eind 2017 van start gegaan. 19 Europese organisaties, actief in uiteenlopende terreinen van conservering en gebruik van genetische diversiteit nemen hieraan deel. Het project stelt deze organisaties in staat samen te werken aan de ondersteuning en coördinatie van in situ (in het veld) behoud en gebruik van genetische bronnen van land en tuinbouwgewassen in Europa. Farmers’ Pride is uitdrukkelijk geen onderzoeksproject, alleen bestaande kennis en ervaring zal worden toegepast.

Activiteiten

De activiteiten van het project zijn gebundeld in vijf clusters:

  • Het eerste richt zich op het ontwikkelen en uitrollen van strategieën om organisaties en individuen die zich bezig houden met de conservering en gebruik van genetische diversiteit beter samen te laten werken.
  • Het tweede wil de methoden voor de conservering van het materiaal verbeteren om te voorkomen dat er genetische bronnen ‘per ongeluk’ verloren gaan.
  • Het derde cluster richt zich op het verbeteren van de toegang tot, en het gebruik van de in situ bronnen.
  • Het vierde zal proberen netwerken tot stand te brengen waarbinnen informatie gedeeld en samengewerkt kan worden.
  • Het vijfde cluster  gericht op de communicatie, het overdragen van de resultaten van het project op de betrokkenen middels nieuwsbrieven, publicaties, workshops en dergelijke.

Aandeel van het CGN

Het CGN zal zich, in dit project, met name bezighouden met het tot stand brengen van optimale samenwerking met de ex situ (genenbank-) gemeenschap. In cluster 2 zal gekeken worden, in hoeverre de ‘safety back-up’ procedures, die in de genenbank-gemeenschap gemeengoed zijn, ook in in situ kringen toegepast kunnen worden. Tevens zal het CGN, in cluster 3, laten zien hoe (potentiele) gebruikers beter toegang tot de in situ bronnen kunnen krijgen door de informatie over die bronnen toegankelijker te maken. Met het toegankelijk maken van informatie en materiaal van de eigen collectie heeft het CGN al veel ervaring. Nu zal er ook ‘over het hek’ gekeken gaan worden!

Uitdaging

Het, door de Universiteit van Birmingham gecoördineerde, project loopt drie jaar en zal dus eind 2020 worden afgerond. Uiteraard is de grote uitdaging om ervoor te zorgen dat de initiatieven ook na de looptijd van het project effect blijven hebben, dat de methoden toegepast blijven worden en de netwerken op eigen kracht door zullen functioneren.

(Bron foto: Pixabay)