koeien, voer, foto Shutterstock

Nieuws

Fokken op voederconversie

Gepubliceerd op
11 januari 2019

De voerconversie is een maat voor de efficiëntie waarmee een koe voer omzet in melk. Die voederconversie is nu gemiddeld 1,45. Door gerichte fokkerij kun je die voederconversie verhogen.

De voederconversie van melkkoeien wordt berekend door de melkproductie in kilogrammen meetmelk (melk met een standaard percentage vet en eiwit) te delen door de voeropname in kilogrammen droge stof. Gemiddeld produceren melkkoeien in Nederland en Vlaanderen nu 1,45 kilo melk per kilo droge stof. Zou je die conversie met 10% kunnen verhogen door gerichte fokkerij, dan levert dat een besparing in de voerkosten op.

Kostenbesparing

Vakblad Veeteelt schat in het artikel 'Voederconversie krijgt prominente plaats in het fokprogramma' dat op een gemiddeld bedrijf met een jaarproductie van een miljoen kilo melk, die 10% verhoging een besparing van 2 cent per kilo melk of 20.000 euro per jaar kan opleveren. Voor veehouders is verhoging van de voederconversie interessant omdat de kosten van het voer voor zeker 50% de kostprijs van de melk bepalen.

Variatie

Om meer te weten te komen over de voederconversie van individuele koeien, verzamelt fokkerijorganisatie CRV nu gegevens van zo'n 5600 koeien. De organisatie wil dat aantal koeien komende jaren verhogen tot minstens 10.000 zodat de betrouwbaarheid van de dataset toeneemt. Met die gegevens kun je zien hoe groot de verschillen zijn tussen koeien, en wat je kunt bereiken met gerichte fokkerij.

Zo blijkt dat koeien onderling grote verschillen vertonen. De voerconversie op een zelfde bedrijf kan variëren van 1,2 kilo melk tot 1,9 kilo melk per kilo droge stof. En als je kijkt naar de gemiddelden van dochtergroepen van een stier, zie je opvallende verschillen per stier. Zo is het gemiddelde van een dochtergroep 1,50 terwijl die van de andere groep 1,63 is.

Erfelijkheid

Yvette de Haas, onderzoeker van Wageningen Livestock Research, stelt dat het kenmerk voeropname een erfelijkheidsgraad van ongeveer 0,30 heeft. Dat houdt in dat 30% van de verschillen tussen dieren verklaard kan worden door verschillen in genetische aanleg.

Gerichte fokkerij op voederconversie heeft dus zin. Maar je kunt je niet alleen richten op de voerconversie. Ook de levensduur van de koe, en dus de gezondheid en vruchtbaarheid speelt een rol bij de efficiëntie.

(Bron foto: Shutterstock)