hond, foto CGN

Nieuws

Fokkerijdeskundigen helpen inteeltproblemen bij rashonden verminderen

Gepubliceerd op
6 december 2016

Veel hondenrassen hebben problemen met erfelijke aandoeningen door een te hoge inteelttoename. Fokkerijdeskundigen hebben samen met het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland en de Stichting Zeldzame Huisdierrassen een tiental rassen geanalyseerd op verwantschap en inteelt.

Vaak ontstaat inteelt doordat enkele reuen (bijvoorbeeld kampioenen) te veel in de fokkerij gebruikt zijn, zodat later noodgedwongen wel nakomelingen met elkaar gepaard moeten worden. Bijvoorbeeld bij het Wetterhoun, de Golden Retriever en de Schotse Herdershond Langhaar (ook bekend als Schotse Collie) leidde dit tot een hoge inteelttoename.

Bij het Markiesje en de Hollandse Smoushond is door een goed beleid juist voorkomen dat reuen te populair zijn geworden. Bij deze rassen zijn echter vrij weinig fokdieren aanwezig, zodat problemen toch op de loer liggen.

Bij de Friese Stabij, de Drentse Patrijs en de Saarlooswolfhond speelt ook dat het ras begonnen is met een zeer klein aantal fokdieren. Bij de Hollandse Herder en in mindere mate de Teckel is de opsplitsing in variƫteiten van belang, omdat die zelfstandig zijn gefokt.

Adviezen

Naast de analyse van de oorzaken van inteelt geven de deskundigen ook adviezen om de inteeltproblemen te verminderen. Bij het Markiesje en de Hollandse Smoushond moet het beleid om dieren van buiten het ras (look-alikes) te mogen gebruiken, voortgezet worden. Bij de Schotse Herdershond Langhaar pakt het gebruik van fokdieren uit het buitenland positief uit.

Binnen alle rassen geldt het advies om dieren met een lage gemiddelde verwantschap ten opzichte van alle andere dieren in het ras in te zetten voor de fokkerij. Dit beperkt de inteelttoename waardoor de kans op erfelijke aandoeningen aanzienlijk afneemt.

(Bron foto: CGN)