Nieuws

Fokprogramma’s voor zeldzame lokale rassen

Melkveebedrijven met Groninger blaarkoppen produceerden melk met een relatief hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren. Deze unieke eigenschap biedt kansen voor de bedrijven met dit ras om toegevoegde waarde te creëren voor hun zuivelproducten.

Dit was een opvallende uitkomst van het onderzoek van Myrthe Maurice dat zij uitvoerde bij het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN). Vooraf aan de verdediging van haar proefschrift bij Wageningen Universiteit organiseerden WIAS, CGN en ABGC een seminar met de titel “Kansen voor het behoud van lokale rassen”.

Etienne Verrier (Agro Paris Tech) vatte de succesfactoren samen voor de ontwikkeling en het in de markt zetten van specifieke producten van lokale rassen (met name kaas). Peer Berg (Nordic Gene Bank) liet de gevolgen van klimaatverandering (een hogere temperatuur en meer extreme weerssituaties) zien op de Scandinavische productie omstandigheden. Mario Calus (Animal Breeding and Genomics Centre, WUR) introduceerde de mogelijkheden van “genomic selection” voor de zeldzame lokale rassen. Bart Buitenhuis (Aarhus University) liet de verschillen in melksamenstelling van drie Deense melkveerassen zien: de Holstein Friesian (HF), de Jersey (J) en de Zweedse roodbonte (SRW). Jack Windig (Animal Breeding and Genomics Centre, WUR) lichtte de software toe die onlangs is ontwikkeld om verwantschap en inteelt in kleine populatie te monitoren en te beïnvloeden.


(Bron foto: CGN)